RegisterenInloggen

Lotte werkte op een corona-afdeling: “Het was angstig, bizar en chaotisch”

Al 17 jaar werkt ze in de ouderenzorg in de regio Rotterdam. Lotte de Haan (35) is helpende, ‘billenwasser’, noemt ze dat zelf. In de heftigste coronaperiode, van maart tot juni, staat ze in de frontlinie. Werkend op de corona-afdeling waar de zwaarste corona-patiënten liggen, ziet ze veel leed. Tientallen dementerende ouderen overlijden, maar ze heeft geen tijd om dat te verwerken. Nu ze terugkijkt, schiet ze voortdurend vol en praat ze door haar tranen heen. Want het verhaal moet verteld worden.

Eerste keer op een cohort-afdeling

“Iedereen is bang, alleen, wij moeten wel aan het werk. Ik ben flexwerker en kies bewust voor het cohort, (een corona-afdeling red.) Als je op zo’n afdeling werkt, weet je waar je aan toe bent. k kan niet tegen onzekerheid en ik wil niet op een afdeling zijn waar je niet weet wie wel en niet besmet is. Op de cohort is iedereen besmet, dat weet je zeker. Daar kun je je op instellen. Het lijkt me ook het veiligst. De eerste keer is het net of je een film binnenstapt, zo bizar, zo onwerkelijk. Het restaurant is leeggeruimd om de toestroom van zieke bewoners aan te kunnen. Een open zaal met hier en daar schotten. Een plek voor 26 (dementerende)ouderen die allemaal dood- en doodziek zijn.

Bizar

Het is heel zwaar en we huilen vaak met elkaar. De eerste periode gaat bijna iedereen die binnenkomt dood, dat is heel pittig. Dan kom je na een avonddienst de volgende avond weer en dan ligt de helft van de zaal alweer vol nieuwe patiënten. Het is angstig, bizar, chaotisch en heel rommelig. Een bij elkaar geraapt zooitje, maar het kan ook niet anders. De kleren van de mensen zitten in vuilniszakken maar die kun je vaak niet vinden en dan pak je maar reservekleding. Kleding, brillen, alles ligt door elkaar. We hebben geen tijd om op te ruimen. En nauwelijks tijd voor onszelf. Ziekenzorg zijn we op deze manier niet gewend, verpleegzorg is wat anders. Het is heel leerzaam maar ook heel verdrietig.
Je hebt met iedereen een band. Maar er liggen ook bewoners die ik al heel lang ken uit de verschillende verpleeghuizen waar ik werkte als flexwerker voor de corona-uitbraak.

Turks echtpaar

Er is een Turks echtpaar, dat bij elkaar op een piepklein kamertje ligt, zo’n bezemhok. Zij overlijdt, maar dat mogen we haar man niet vertellen van haar familie. Hij zou het toch niet begrijpen. Maar op het bed naast zijn bed wordt op een gegeven moment een andere vrouw neergelegd. Voor hem is dat het bed van zijn vrouw. Hij gaat op dat bed zitten en is heel kwaad. Het is zo zielig. Ik loop eerst even weg en ga dan naast hem zitten. Uiteindelijk neem ik hem mee naar een andere kamer, weg van dat bed. Hij is één van die mensen die het heeft overleefd.

Beschermingsmiddelen

Vanaf het begin hebben we voldoende beschermingsmiddelen. En als je je niet goed voelt, is er een psycholoog beschikbaar. Genoeg personeel en een heleboel goede vrijwilligers. Dat is lang niet overal zo. In maart, april, mei zijn er heel veel mensen overleden, dat is heel zwaar. Halverwege mei, juni wordt het minder. Bewoners worden weer teruggeplaatst naar de afdelingen. Voor ons is er dan een nieuwe onzekerheid, is er nog voldoende werk? Ik kom langzaam in de min-uren terecht. Dankzij bemiddeling van NU91 krijg ik 3 weken betaald vakantie. Dat komt op een heel goed moment.

Tweede golf

Ik ben niet meer zo angstig nu. Ik was mijn handen voortdurend en ben voorzichtig met contacten. Maar ik weet nu beter wat het virus doet. Of we klaar zijn voor een tweede golf? Je bent er nooit klaar voor. Maar we zullen wel moeten. Ik heb collega’s die nog steeds aan het revalideren zijn en collega’s die zeggen: ik trek dit niet meer. Eén collega is al voor corona overgestapt naar het onderwijs. Of een ander is bewust een schaal minder gaan zitten met een minder zware verantwoordelijkheid.

Waardering

Ik heb geprotesteerd in Den Haag. Het gaat mij niet om het geld, maar we zijn wel altijd ondergewaardeerd. Corona is de druppel. En als er eens geld bij komt, dan is het nooit voor diegene die in de poep staat te roeren, maar voor de medewerker die achter een bureau zit te typen. Geld erbij als teken van waardering, maar daar het gaat niet alleen om. Als het tot betere arbeidsvoorwaarden leidt, wordt het ook aantrekkelijker om het vak in te gaan. Ik werk al 17 jaar in de zorg, maar mag pas op mijn 71ste met pensioen, dat zie ik mezelf niet halen, ik val nu al bijna uit elkaar.”

Geef een reactie