Gesprek over levenseinde voorkomt verwarring aan het sterfbed
‘Verwarring aan het sterfbed’ komt nogal eens voor. Als mensen met een toegekend euthanasieverzoek die euthanasie uiteindelijk toch niet krijgen. Dat leidt tot verwarring bij de patiënt, maar ook bij familieleden, en soms zelfs bij de arts.
Levenseinde is niet bepaald een ‘gezellig’ onderwerp.
Voor heel veel mensen is het een thema waar ze niet over willen nadenken. Anderen willen dat juist wel en hebben – denken ze – alles al geregeld. Nadenken over het levenseinde en euthanasie is geen taboe meer, maar het is voor de meesten ook niet bepaald een ‘gezellig’ onderwerp.
Toch is het belangrijk om het er wél over te hebben. En te bespreken met familie én huisarts. Vooral om te voorkomen dat er straks ‘verwarring aan het sterfbed’ ontstaat. Verwarring voor de patiënt, maar ook voor de familie en soms zelfs ook voor de (huis)arts.
De in rode blokken gezette citaten op deze pagina gaan over de mogelijke verwarring die dan kan ontstaan. De uitspraken zijn afkomstig van verschillende leden van het Max Opiniepanel.
(Tekst gaat verder onder deze afbeelding)

Relevante vragen bij levenseinde
Het levenseinde roept veel vragen op. Naast de vraag of u begraven of gecremeerd wilt worden, is ook de vraag relevant of u – mocht u in die situatie terechtkomen – behandeld wilt worden tot de laatste snik of dat u bij ‘ondraaglijk lijden’ uit uw lijden verlost wilt worden via bijvoorbeeld euthanasie of palliatieve sedatie.
10.000 keer euthanasie per jaar
Jaarlijks wordt er in Nederland zo’n 10.000 keer euthanasie toegepast. Dat cijfer stamt uit 2024, waarbij opgemerkt dat dit al een toename is van 10 procent op de cijfers uit 2023. De jaarcijfers van 2025 worden pas medio maart/april 2026 bekendgemaakt. De verwachting is dat mede door de toenemende vergrijzing die aantallen nóg hoger zullen uitkomen.
Verschil tussen euthanasie of hulp bij zelfdoding
Nederland kent sinds 2002 de euthanasiewet. Daarin staat dat artsen in bijzondere gevallen een patiënt kunnen helpen met sterven door middel van euthanasie of hulp bij zelfdoding. De officiële naam van de euthanasiewet is Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl).
Bij euthanasie dient een arts de patiënt een dodelijk middel toe. Bij hulp bij zelfdoding geeft de arts een dodelijk middel aan de patiënt. Maar de patiënt neemt dat middel zelf in. Soms wordt voor beide vormen van helpen met sterven het woord ‘euthanasie’ gebruikt.
Alleen als de patiënt er zelf om vraagt
Euthanasie kan alleen als de patiënt er zelf om vraagt. Familie of vrienden van de patiënt kunnen er niet om vragen. Naast een euthanasiewens van de patiënt zelf (mondeling of geschreven) is het nodig dat een arts bekijkt of ook aan de andere eisen van de wet wordt voldaan. Er zijn in totaal 6 zorgvuldigheidseisen:
- Vrijwillig en goed over nagedacht
- Uitzichtloos en ondraaglijk lijden
- Informeren over de situatie en de vooruitzichten
- Geen redelijke andere oplossing
- Raadplegen onafhankelijke arts
- Medisch zorgvuldige uitvoering
(Tekst gaat verder onder deze afbeelding)

Recht op euthanasie bestaat niet
Niemand heeft recht op euthanasie. Een arts mag dus ook een vraag om euthanasie weigeren als hij daar bezwaar tegen heeft (bijvoorbeeld vanwege iemands geloof). Ook als de patiënt opgeschreven heeft wat hij wil bij zijn of haar levenseinde. En ook als de situatie van de patiënt past bij alle eisen van de wet. Als een arts de euthanasie niet zelf wil uitvoeren, moet hij dit altijd op tijd tegen de patiënt zeggen. Dan kan de patiënt naar een andere arts gaan.
Soms stuurt de arts een patiënt naar het Expertisecentrum Euthanasie. Daar kunnen mensen naartoe met een euthanasieverzoek, als de eigen (huis)arts het verzoek niet kan of wil uitvoeren. Het verzoek van de patiënt moet ook dan wel voldoen aan alle zorgvuldigheidseisen.
Ongeneeslijke ziekte of aandoening
Mensen die euthanasie vragen en krijgen, lijden aan een ziekte of aandoening die niet te genezen is en bij wie het ook niet mogelijk is om het lijden te verzachten. Volgens de wet mag euthanasie alleen bij mensen die lijden door een medische oorzaak. Het gaat bijvoorbeeld om kanker of hart- of vaataandoeningen, maar het kan ook gaan om een psychiatrische aandoening of dementie, of 1 of meer ouderdomsaandoeningen (zoals gehoor- of gezichtsstoornissen).
Onafhankelijke SCEN-arts checkt altijd
De behandelend arts mag nooit alleen beslissen of iemand euthanasie krijgt. Een onafhankelijke SCEN-arts (Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland) checkt altijd of aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan. Pas als deze zijn goedkeuring heeft gegeven, mag de behandelend (huis)arts de euthanasie toepassen.
(Tekst gaat verder onder deze afbeelding)

Voltooid leven
Euthanasie mag (nog) niet als er geen medische oorzaak is voor het lijden of als iemand ‘moe is van het leven’ of het leven ‘voltooid’ vindt. Er zijn op dit moment wel wetsvoorstellen in voorbereiding om de wet eventueel hierop aan te passen, maar het is onzeker of er een meerderheid voor te vinden is in het parlement.
Palliatieve sedatie
Mocht iemand niet aan alle eisen voldoen, mag een arts dus nooit euthanasie toepassen. Wel kan hij eventueel overgaan tot het palliatieve sedatie-proces. Palliatieve sedatie is het opzettelijk verlagen van het bewustzijn in de laatste levensfase met als doel het lijden van de patiënt te verlichten.
Bij ondraaglijk lijden door één of meer ernstige symptomen die onbehandelbaar zijn, kan deze palliatieve sedatie ingezet worden. Dit kan alleen als de geschatte termijn tot overlijden maximaal 2 weken is. De mate van sedatie wordt bepaald door wat nodig is om het lijden van de patiënt te verlichten.
Nadenken over uw eigen levenseinde
Kortom, het is goed om nu alvast na te denken over uw eigen levenseinde en uw wensen te bespreken met uw huisarts en familie. Want ook al willen we er eigenlijk nog niet over nadenken en het er niet over hebben, niemand ontkomt er uiteindelijk aan.
(Bron: Euthanasiewet, Expertisecentrum Euthanasie, KNMG, archief. Foto: MAX)