ADHD komt voor in alle generaties, óók bij zestigers: ‘Als het ook maar enigszins gaat, dan gaat het. Niemand ziet dat het niet gaat’
De komende weken zoomen we in een artikelenserie in op ADHD. Vandaag deel 1: 60-plussers. Ze leven decennialang zonder diagnose, compenseren tot ze niet meer kunnen en pas op latere leeftijd valt alles op zijn plek: met opluchting én rouw. In de leeftijdsgroep 60–69 jaar wordt ADHD opvallend vaak pas laat herkend. De 4 mensen die Meldpunt Actueel hierover spreekt in deze leeftijdscategorie, vertellen hoe hun leven in een ander licht is komen te staan. Het besef is pijnlijk dat een diagnose tientallen jaren te laat is gekomen. Deze week de eerste 2 ervaringsdeskundigen, Liesbeth Louwers (63) en Jan (68).
Wat is ADHD en hoe uit het zich bij zestigers?
ADHD is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis met hardnekkige problemen in aandacht, impulscontrole en hyperactiviteit, die het functioneren in het dagelijks leven belemmert. Bij ouderen komt ADHD bij 3 procent voor. Het gaat vaak samen met angst, depressie, slaapproblemen, verslaving of persoonlijkheidsstoornissen.
Mogelijke gevolgen zijn een lager opleidingsniveau, meer middelengebruik, sociaal isolement, negatief zelfbeeld en een slechtere lichamelijke gezondheid. Denk aan zaken als een verhoogd risico op obesitas, diabetes, auto-immuunziekten en hart- en vaatziekten. In het door Tilburg University gepubliceerde onderzoek De meerwaarde van de diagnose ADHD bij ouderen is dit uitvoerig beschreven.
Meldpunt Actueel heeft eerder aandacht aan deze leeftijdsgroep besteed. Volgens GZ‑psycholoog Jolien Diekhorst worden klachten in deze categorie zichtbaarder door levensfasefactoren. De cognitieve achteruitgang, die al rond het dertigste begint maar op latere leeftijd merkbaarder wordt, maakt compenseren moeilijker. Daarnaast zorgt pensionering voor het wegvallen van structuur. “Veel mensen hopen op rust, maar merken dat ze nog steeds uitgeput zijn,” zegt Diekhorst. De klachten veranderen niet, benadrukt ze, maar de levensfase bepaalt hoe zwaar ze wegen.
Liesbeth Louwers (63) over maskeren, overleven en late ontregeling
De eerste zestiger met ADHD die Meldpunt Actueel spreekt is Liesbeth Louwers. Zij is 63 jaar, social media‑expert en contentmaker. Ze werkt volledig zelfstandig en vanuit huis. Liesbeth krijgt de diagnose ADHD eind 2017 naar aanleiding van een vriend die zijn eigen diagnose deelt en haar een aantal A4’tjes geeft met ADHD‑kenmerken. Na enkele maanden besluit ze toch te testen, omdat ze haar hele leven al last heeft van “chaos, impulsiviteit en een draaimolenhoofd.” Ze beschrijft haar situatie als volgt: “Als het ook maar enigszins gaat, dan gaat het. Niemand ziet dat het niet gaat.”
Ze heeft talloze banen gehad, voelt zich vaak “anders” en begrijpt maar niet waarom anderen zo traag denken. Rond 2021 belandt Liesbeth in een zware depressie, mede door overgangsklachten. Haar psychiater zegt achteraf dat ze “tegen een psychose aan zat.” Maar dat voelt ze zelf niet. Ze besluit alles los te laten en vertrekt 2,5 maand naar Mexico en Las Vegas voor werk en rust. Daarna volgt ze een jaar intensieve begeleiding bij haar psychiater, die “haar helpt te begrijpen wat er in haar hoofd gebeurt.” Dat is essentieel voor haar als hoogbegaafde ADHD’er.
Het afgelopen jaar zorgt Liesbeth intensief voor haar kleinkinderen als een familielid instort. Dat trekt een zware wissel. Ze lijdt verliezen met haar bedrijf, heeft gezondheidsproblemen en een overmatig verantwoordelijkheidsgevoel. Ze zegt dat ADHD’ers extreem goed zijn in “mooi weer spelen.” Liesbeth heeft al haar hele leven het gevoel te moeten “maskeren.” Ze gaat dan haar natuurlijke gedrag verbergen, aanpassen of compenseren om “normaal” over te komen. Maar nu weet Liesbeth dat structuur en grenzen trekken haar redt.
Jan (68) over de botsing tussen ouder worden en een ADHD-brein
Jan (68) krijgt zijn ADHD‑diagnose rond zijn vijftigste, nadat hij jarenlang merkt dat hij anders functioneert dan de mensen om hem heen. Hij heeft voortdurend conflicten of misverstanden op het werk, omdat collega’s hem niet kunnen volgen. Zelf heeft hij het gevoel dat hij “meer wil dan hij kan waarmaken.” Zijn manager zegt op een gegeven moment zelfs dat hij “aan de medicijnen moet.” Dat is voor Jan het moment om hulp te zoeken.
Jan beschrijft dat hij altijd al extreem veel gedachten heeft gehad. Hij heeft het idee dat hij “6 keer zoveel gedachten heeft dan een doorsnee mens.” Daardoor spelen zich voortdurend alternatieven en scenario’s in zijn hoofd af. Voor hem voelt dat normaal, maar anderen vinden hem overweldigend, te snel of te intens. Hij merkt dat mensen hem soms uit de weg gaan, omdat ze het gevoel hebben dat hij hen opjaagt. Dat leidt bij hem tot een sterk gevoel van falen en een negatief zelfbeeld.
Soms het gevoel aan zijn lot te zijn overgelaten
Nu hij ouder wordt, merkt Jan dat zijn lichaam de snelheid van zijn hoofd niet meer kan bijhouden. Hij voelt zich vaak “uitgeput, terwijl zijn gedachten blijven doorgaan.” Hij heeft al een burn‑out gehad en merkt dat hij sneller overprikkeld raakt. Medicatie helpt nog steeds, maar werkt anders dan vroeger en geeft soms bijwerkingen. Hij zoekt naar nieuwe vormen van behandeling, maar merkt dat er weinig kennis is over ADHD bij ouderen. Hij voelt zich daardoor soms aan zijn lot overgelaten.
Jan herkent ADHD bij anderen aan hun manier van praten en denken. Hij heeft een klein netwerk en merkt dat “lotgenoten hem vaak beter begrijpen dan mensen zonder ADHD.” Hij zou graag meer contact hebben met mensen die hetzelfde doormaken. Maar hij merkt dat er weinig georganiseerde hulp of groepen bestaan voor ouderen met ADHD. Hij ervaart dat als een gemis. Ondanks alle uitdagingen ziet hij ook positieve kanten aan zijn ADHD. Jan is creatief, denkt snel en kan veel ideeën genereren. Zo heeft hij geleerd zichzelf beter te begrijpen. Nu accepteert hij dat zijn brein anders werkt. Dat ziet hij nu als een kracht, al blijft het soms lastig om ermee om te gaan.
Oude patronen worden ineens zichtbaar
Expert Diekhorst ziet in haar praktijk dat veel mensen pas op latere leeftijd begrijpen wat er al die tijd onder de oppervlakte speelde. “Met terugwerkende kracht hoor je ouderen zeggen: toen had ik eigenlijk ook al klachten, maar toen lukte het me nog wel om het vol te houden.” Het wegvallen van structuur en het bereiken van een leeftijd waarop de verwerkingssnelheid afneemt, maakt dat oude patronen ineens zichtbaar worden.
Erkenning van ADHD, maar ook rouw om wat er anders had kunnen zijn
Voor veel zestigplussers is dat inzicht pijnlijk. Ze voelen verdriet over het feit dat ze hun hele leven zonder diagnose hebben moeten functioneren en pas achteraf zien hoe zwaar ze het zichzelf hebben gemaakt. De diagnose brengt erkenning, maar ook rouw om wat er anders had kunnen zijn.
Volgens Diekhorst is de eerste stap altijd om het bespreekbaar te maken bij de huisarts. “Dat is echt stap 1,” zegt ze. “De huisarts kan beoordelen of diagnostiek nodig is en doorverwijzen naar de juiste plek.”
Door: Orly Metten
In het volgende artikel gaan we in verder in gesprek met nog 2 mensen in de categorie 60-69 jaar.
(Bron: Hersenstichting, Tilburg University, archief. Foto: MAX)