Als de mond wordt vergeten: juist bij ouderen kan het snel misgaan
Tandarts merkt achterstallig onderhoud aan het gebit
Dat merkt tandarts-geriatrie Claar Wierink regelmatig. In haar praktijk in Amstelveen treft ze regelmatig ouderen met achterstallig onderhoud aan het gebit. “Kwetsbare ouderen hebben soms zoveel andere fysieke problemen dat de mond naar de achtergrond verdwijnt. En als iemand geen pijn heeft, wordt een bezoek aan de tandarts makkelijk uitgesteld.”
En dat terwijl het tandartsbezoek op hogere leeftijd juist afneemt. Van alle Nederlanders gaat ongeveer 82 procent naar de tandarts. Bij mensen boven de 75 jaar ligt dat rond de 70 procent.
Steeds meer eigen tanden, maar ook meer kwetsbaarheid
De generatie van nu heeft vaker nog een groot deel van het eigen gebit. Dat is mooi, maar een eigen gebit vraagt ook verzorging. Zeker wanneer iemand kronen, bruggen of implantaten heeft.
“Je moet voldoende kracht en fijne motoriek hebben om je tanden goed te poetsen en bijvoorbeeld tussen je tanden en onder een brug schoon te maken,” zegt Wierink. “Als iemand door artrose minder kracht in de handen heeft, kan dat al een probleem worden.”
Ook medicijnen kunnen een rol spelen. Veel medicijnen veroorzaken een droge mond. Speeksel beschermt normaal gesproken de tanden en helpt de mond schoon te houden. Bij weinig speeksel kunnen problemen daardoor sneller ontstaan. Er zijn ook ouderen die simpelweg vergeten hun tanden te poetsen, bijvoorbeeld door beginnende dementie.
‘In één jaar ging het helemaal mis’
De 85-jarige Annie van Willigen heeft deels nog haar eigen tanden. “Mijn moeder is een pietje precies,” vertelt haar dochter Monique. “Ze vindt het belangrijk om een mooi en verzorgd gebit te hebben.” Maar na een hersenbloeding in 2025 verandert alles. Annie moet tijdelijk naar een verpleeghuis. Zelf haar tanden poetsen lukt niet meer goed en in het verpleeghuis krijgt haar gebit ook niet de aandacht die het nodig heeft. Het gebit van mevrouw van Willigen gaat hard achteruit, maar niemand heeft iets door.
Dan gaat het mis, Annie heeft een groot abces in haar mond en slikken, eten en kauwen wordt bijna onmogelijk. Monique gaat op zoek naar een tandarts die haar moeder kan behandelen. Dat blijkt niet eenvoudig, omdat Annie niet zelfstandig in een gewone tandartsstoel kan komen. “Ik heb de halve wereld gebeld.” Uiteindelijk kan Claar Wierink haar helpen. Annie kan in haar rolstoel blijven zitten. Er is zelfs een tillift aanwezig voor mensen die wel in de tandartsstoel moeten worden geholpen. De ontstoken hoektand kan helaas niet meer worden gered.
De tandarts wordt gemakkelijk overgeslagen
Dat mondzorg bij ouderen achteruitgaat, heeft verschillende oorzaken. Ouderen hebben vaak meer zorg nodig en moeten voor allerlei afspraken worden vervoerd. Een bezoek aan de huisarts, de kapper of een specialist krijgt dan al snel voorrang.
“Als iemand geen pijn heeft aan zijn gebit, wordt de tandarts gemakkelijk overgeslagen,” zegt Wierink. “Maar juist bij ouderen kunnen problemen ontstaan zonder dat ze daar meteen duidelijke klachten van hebben. Opvallend is dat het bezoek aan de huisarts met de leeftijd juist toeneemt, terwijl het tandartsbezoek afneemt.”
Ook tandartsen kunnen volgens Wierink een actievere rol spelen. Als een oudere patiënt langere tijd niet op een afspraak is geweest, zou de tandarts contact kunnen opnemen. “Vraag eens: wat is er aan de hand? Lukt het niet meer om naar de praktijk te komen? Is er vervoer nodig? Of speelt er iets anders?” Soms is er meer nodig dan een herinnering aan een controle. Dan moet er worden meegedacht over hoe de mondzorg bereikbaar blijft.
Waarom poetsen we bij een ander niet?
2 keer per dag tandenpoetsen is voor veel mensen vanzelfsprekend. Maar zodra iemand afhankelijk wordt van zorg, blijkt dat helemaal niet zo normaal te zijn. “Bij jezelf poetsen is makkelijk. Maar bij een ander is het ingewikkelder. Het is intiem, het kan als vies worden ervaren en soms wil iemand helemaal niet dat je in zijn mond komt,” zegt Wierink. “Daar komt de werkdruk in zorginstellingen en in de thuiszorg bij. Verpleegkundigen en verzorgenden moeten veel doen in beperkte tijd. Andere zorgtaken krijgen vaak voorrang. Mondzorg raakt daardoor gemakkelijk op de achtergrond.”
‘Waarom kijken we wel in de keel, maar niet in de mond?’
Voor specialist ouderengeneeskunde Gert-Jan van der Putten is het een persoonlijke missie: artsen moeten vaker in de mond van hun patiënten kijken. Zeker bij ouderen in zorginstellingen. “Toen ik begon te werken in een verpleeghuis, viel me dat meteen op. Er werd wel in de keel gekeken, maar niet in de mond. Het argument was dan: de mond is voor de tandarts. Maar als dokter ben je verantwoordelijk voor de gezondheid van de hele patiënt. De mond hoort daar gewoon bij.”
De mond kan namelijk ook iets vertellen over iemands algemene gezondheid. Diabetes, reuma, medicijngebruik en depressiviteit kunnen allemaal invloed hebben op de mondgezondheid. Andersom kunnen pijn, ontstekingen en problemen met kauwen of slikken de gezondheid en het welzijn van een oudere verder onder druk zetten.
Toch werken artsen en tandartsen nog te weinig samen. De mond wordt al snel gezien als het terrein van de tandarts, terwijl medische zorg en mondzorg juist bij kwetsbare ouderen nauw met elkaar verbonden zijn. “Kijk dus ook in de mond. Je kunt daarmee problemen signaleren die anders misschien onopgemerkt blijven,” benadrukt Van der Putten.
Een slechte mond kan gevolgen hebben voor het hele lichaam
„De mond is onderdeel van het lichaam,” is de boodschap die Van der Putten vanuit zijn werk in de ouderenzorg onder de aandacht brengt. “Toch wordt die samenhang volgens de zorgverleners nog te vaak onderschat. Een slechte mondgezondheid kan bijvoorbeeld invloed hebben op het eten, drinken en dagelijks functioneren. Maar er zijn ook verbanden met aandoeningen elders in het lichaam.”
“Zo is er een verband tussen parodontitis, een ernstige ontsteking van het tandvlees en het steunweefsel van de tanden, en hart- en vaatziekten. En: bij kwetsbare ouderen, bijvoorbeeld na een beroerte of bij dementie of parkinson, verloopt het slikken vaak minder goed. Bacteriën uit de mond kunnen dan gemakkelijker in de longen terechtkomen. Dat kan bijdragen aan het ontstaan van een longontsteking.”
Ook kunnen bacteriën uit een ontstoken mond via de bloedbaan worden verspreid. Bij bepaalde patiënten kan dat complicaties veroorzaken, bijvoorbeeld bij kunsthartkleppen. Tandproblemen kunnen ook de oorzaak zijn van onbegrepen gedrag bij mensen met dementie zoals onrust, afweer bij eten of wassen en agressie. Dit kan een uiting zijn van pijn in de mond. Dus bij probleemgedrag moeten zorgverleners ook in de mond kijken.
‘De mond hoort bij de totale zorg’
Ook ouderen zelf weten niet altijd hoe belangrijk mondzorg is. Als iemand geen pijn heeft, lijkt er weinig reden om naar de tandarts te gaan. Maar juist bij ouderen kunnen problemen zich ongemerkt ontwikkelen. Daarom pleiten Wierink en Van der Putten voor een andere manier van kijken in de ouderenzorg. Mondzorg moet niet afhankelijk zijn van toevallige klachten of de vraag of iemand nog zelfstandig naar de tandarts kan. Artsen moeten vaker in de mond kijken.
Tandartsen moeten contact zoeken als een patiënt uit beeld raakt. En verzorgenden moeten mondzorg net zo vanzelfsprekend meenemen in de dagelijkse verzorging als wassen, aankleden en eten. Want een oudere die niet meer zelfstandig zijn tanden kan poetsen, heeft niet minder behoefte aan mondzorg. Integendeel. Een leven lang goed voor je tanden zorgen is waardevol. Maar minstens zo belangrijk is het dat er iemand is die de mondzorg overneemt wanneer u het zelf niet meer kunt.
Foto: MAX
Vraag naar mondzorg neemt toe door dubbele vergrijzing: ‘Kan het aanbod dat wel bijhouden?’