Steeds meer ouderen wonen langer thuis, maar huishoudelijke hulp dreigt te verdwijnen uit Wmo
‘Ik kan huishoudelijke hulp Paul echt niet missen’
Voor de 80-jarige Lydia van Egmond uit Scheveningen is huishoudelijke hulp geen luxe. Door ernstige rugproblemen kan ze niet meer stofzuigen, haar badkamer schoonmaken of haar bed verschonen. Huishoudelijke hulp Paul Roobol komt haar 2 uur per week helpen. “Ik kan Paul echt niet missen, hij is een engel,” zegt Lydia. “Als hij niet meer komt, dan wordt het hier een vervuilde bende.”
Het werk van Paul gaat verder dan schoonmaken. In 2 uur probeert hij zoveel mogelijk te doen. Maar zijn werk gaat verder dan schoonmaken. Hij komt vaak jarenlang bij dezelfde mensen over de vloer en ziet sommige cliënten vaker dan hun familie. “We hebben ook een signaleringsfunctie,” vertelt hij. “Juist doordat steeds dezelfde hulp langskomt, kan die veranderingen opmerken. Bijvoorbeeld wanneer iemand achteruitgaat of tekenen van beginnende dementie vertoont.”
Bijna 1 miljoen 80-plussers
Die signaleringsrol wordt steeds belangrijker. Nederland telt inmiddels ruim 3,8 miljoen 65-plussers. Bijna 1 miljoen Nederlanders zijn 80 jaar of ouder. De komende jaren zet de vergrijzing stevig door. In 2040 is naar verwachting een kwart van de bevolking 65-plus en richting 2045 groeit het aantal 80-plussers naar ongeveer 1,8 miljoen.
Tegelijkertijd is het beleid erop gericht dat ouderen langer zelfstandig thuis wonen. Dat betekent ook dat mensen die lichamelijk steeds minder kunnen, thuis ondersteuning nodig kunnen hebben. Dat is nu al terug te zien in de Wmo. In 2024 kregen 556.000 mensen huishoudelijke hulp, 41 procent meer dan in 2017. Onder 75- tot 85-jarigen ging het om 212.000 mensen en onder 85-plussers om 125.000.
Zelf doen wat nog wél lukt
Ook de 79-jarige Annemarie Wiersma uit Den Haag kan niet zonder hulp. Ze woont alleen, loopt met een rollator, is snel benauwd en kan haar bed niet meer zelf verschonen. 2 uur per week krijgt ze huishoudelijke hulp. Die stofzuigt, dweilt en maakt de badkamer schoon. Daarna zit de tijd erop. Annemarie probeert de rest zoveel mogelijk zelf te doen.
Huishoudelijke hulp betekent dus niet dat het hele huis wordt overgenomen. Het gaat om noodzakelijke basistaken. Een grote schoonmaak, de zolder, tuin of schuur horen er bijvoorbeeld niet bij.
Tot 184 euro per maand minder inkomen
Vanaf januari 2028 wil het kabinet de huishoudelijke hulp uit de Wmo halen. Mensen die dat kunnen, moeten de hulp dan zelf betalen. Voor mensen die dat niet kunnen, moet een vangnet komen, zo staat in het coalitieakkoord. Het Nibud onderzocht wat verschillende maatregelen samen kunnen betekenen voor mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben.
Hun bevindingen staan in het rapport Impact van maatregelen op het gebied van zorg en sociale zekerheid op het huishoudbudget (gepubliceerd in september 2026 door het Nibud en het ministerie van VWS/SZW). Het rapport laat zien dat de stapeling van kabinetsmaatregelen grote negatieve gevolgen heeft voor de portemonnee van kwetsbare groepen.
Bij een alleenstaande AOW’er met een klein aanvullend pensioen kost alleen het zelf betalen van huishoudelijke hulp in 2 doorgerekende voorbeelden 1.169 tot 1.321 euro per jaar extra. Maar daar kunnen andere zorgkosten bovenop komen. In 2 voorbeelden van het Nibud loopt de totale achteruitgang door de stapeling van maatregelen op tot 173 en 184 euro per maand. Dat komt neer op een inkomensdaling van 7,6 en 8,1 procent. Het gaat om voorbeeldsituaties. Het Nibud kan niet zeggen hoeveel mensen precies met deze combinatie van maatregelen te maken krijgen.
Alles moet uit hetzelfde huishoudpotje
Juist die stapeling van zorgkosten is belangrijk. Als de plannen van het kabinet doorgaan, dan gaan naast het vervallen van de huishoudelijke hulp de tarieven van de medicijnen omhoog. Ook komt er een eigen bijdrage voor wijkverpleging en zijn straks speciale zorgkosten niet langer aftrekbaar. Daar komen voor mensen met een ziekte of beperking ook nog extra zorgkosten bij. Bij elkaar opgeteld, treffen de maatregelen bepaalde groepen mensen hard in de portemonnee. Daarnaast blijven de andere uitgaven ook stijgen, zoals de dagelijkse boodschappen, de energierekening en het openbaar vervoer.
De Patiëntenfederatie waarschuwt daarom dat je de verschillende maatregelen niet los van elkaar kunt bekijken. Voor iemand met alleen AOW en een klein aanvullend pensioen kan de optelsom uiteindelijk het probleem worden. “Het gaat om veel meer dan over het financiële deel. Het gaat echt over het sociale element,” zegt directeur Linda Daniels.
Voor Lydia wordt dat heel concreet. Als zij haar huishoudelijke hulp zelf moet betalen, vreest ze haar wekelijkse bezoek aan de kapper te moeten opgeven. “Dat is de enige luxe die ik mezelf veroorloof.”
Langer thuis wonen, maar wie helpt als huishoudelijke hulp wegvalt?
Daar zit de pijnlijke tegenstelling. Nederland krijgt steeds meer ouderen en van hen wordt verwacht dat ze langer zelfstandig thuis blijven wonen. Tegelijkertijd staat juist een vorm van ondersteuning onder druk die dat thuis wonen mogelijk maakt.
Als professionele hulp wegvalt, verdwijnt het werk bovendien niet. Dan moet iemand anders het bed verschonen, de badkamer schoonmaken of in de gaten houden of het nog goed gaat. De vraag is of dat bij kinderen, buren en andere vaak al overbelaste mantelzorgers terechtkomt – of dat noodzakelijke taken blijven liggen.
Tekst gaat verder onder de foto.

Charlotte Nijs (Meldpunt Actueel) en minister Mirjam Sterk.
Politieke strijd nog niet gestreden
Het kabinet verdedigt de maatregelen. In Meldpunt Actueel reageren onder andere Mirjam Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, en VVD-Kamerlid Ruud Verkuijlen op de plannen. Sterk zegt dat er een enorme groei is aan uitgaven voor huishoudelijke hulp: “Je ziet vooral een heel sterke groei bij mensen met hoge inkomens, die zo’n huishoudelijke hulp best zelf kunnen betalen, maar dat nu doen op kosten van de gemeente.” Daar wil ze vanaf, “om de zorg ook in de toekomst betaalbaar te houden.” Ook Verkuijlen stipt dat aspect aan: “Op dit moment betalen we al bijna een kwart van ons belastinggeld aan zorg.” Het vorige kabinet Schoof, waar de VVD ook deel van uitmaakte, wilde de eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp nog inkomensafhankelijk maken.
PRO, SGP en 50PLUS willen de voorgenomen maatregel (nu alleen nog maar een plan, nog geen wetsvoorstel) rond de huishoudelijke hulp juist van tafel. Daarmee is het laatste woord nog niet gezegd. Volgende week woensdag (14 oktober) behandelt de Tweede Kamer de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Voor Lydia gaat die politieke discussie uiteindelijk over iets heel praktisch: wie helpt haar straks met de dingen die ze lichamelijk niet meer kan? En wie merkt het op als het achter haar voordeur langzaam minder goed met haar gaat?
Foto: MAX