ADHD (5) bij 70-plussers: ‘En dan blijkt dat je je hele leven al ADHD hebt’
In een zesdelige artikelenreeks onderzoekt Meldpunt Actueel hoe het is om op latere leeftijd te horen dat u ADHD heeft. In dit deel staat de leeftijdsgroep 70-79 centraal. Deze groep voelt ADHD veel sterker doordat de fysieke en sociale wereld kleiner worden. Daardoor kunnen ze hun klachten niet meer maskeren. Daarnaast speelt stigma en schaamte in deze generatie veel harder mee.
Wat is ADHD en hoe uit het zich in de leeftijdsgroep 70-79?
Een computer met 100 openstaande tabbladen of een wasmachine die nooit stopt met draaien: ADHD is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis met hardnekkige problemen. Hyperactiviteit, moeite met aandacht en impulscontrole zijn voorbeelden van klachten die het dagelijks functioneren belemmeren.
“In verschillende studies wisselen de percentages nog wel wat. Wat nu de schattingen zijn is dat in de kindertijd zo’n 5 tot 7 procent aan de criteria van ADHD voldoet en dat daarvan ongeveer de helft in de volwassenheid blijft voldoen aan de criteria,” vertelt GZ-psycholoog Jolien Diekhorst. “Bij ouderen (boven de 65 jaar) is het percentage in Nederlands onderzoek 3 procent gebleken.”
De 70–79‑jarige ADHD’ers vallen volgens Diekhorst vooral op door verlies van mobiliteit, wegvallen van sociale structuren, partnerverlies en het niet langer kunnen maskeren van hun ADHD‑kenmerken. Het herinrichten van een leven en het verwerken van gemiste kansen vraagt veel tijd en rouwverwerking. “Het kerstdiner organiseren waar het eerst met een hoop kunst en vliegwerk nog wel lukte, lukt dat dan op een gegeven moment niet meer,” zegt Diekhorst.
Emmy Hendriks (76) over ADHD in het dagelijks leven
Emmy Hendriks was 62 jaar als ze de diagnose ADHD krijgt. Nu, 14 jaar later, kijkt ze terug naar de diagnose als een moment waarop alles op zijn plek valt. Ze loopt er wel al haar hele leven tegenaan: moeite met overzicht bewaren, onzekerheid, vastlopen op werk en in sociale situaties.
Na de diagnose begint een proces van leren omgaan met haar eigen brein. Ze beschrijft hoe ze door therapie en cognitieve gedragstraining praktische handvatten kreeg. Eén van de eerste adviezen is simpel maar effectief: “U heeft 1 agenda nodig en 1 to-do lijstje.” Het idee van één systeem geeft haar houvast in plaats van overal losse briefjes en gele post-its. Ze werkt in een museum, doet wijnadvies bij Albert Heijn en kiest bewust activiteiten waarbij ze zelf haar beschikbaarheid kan bepalen. Hyperfocus werkt hier in haar voordeel. “Dan word ik niet moe.”
Ze gebruikt nu reminders en lijstjes om structuur te creëren. Op tijd komen blijft een uitdaging, net als het overzicht behouden en taken afmaken. Maar ze is zich er nu bewust van en kan er rekening mee houden. “Ik zet in de telefoon wekkertjes. Heel veel wekkertjes.”
Door haar grote ervaring contactpersoon voor lotgenoten
Een groot deel van haar huidige leven draait om verbinding met anderen die ADHD hebben. Ze is actief bij de vereniging voor en door mensen met een neurodivers brein Impuls & Woortblind (opzettelijk fout gespeld). Ook organiseert ze het ADHD-café in Heusden. Ze beschrijft deze bijeenkomsten als warm, laagdrempelig en herkenbaar. Mensen komen soms aarzelend binnen, maar gaan opgelucht naar huis.
Ze is inmiddels ervaringsdeskundige en staat op de website van Impuls & Woortblind als contactpersoon. Ze geeft tips, luistert naar verhalen en helpt mensen die net een diagnose hebben of nog zoekende zijn. Ze zegt met klem dat ze geen arts is en nooit medicatie adviseert, maar dat ze vanuit ervaring veel kan betekenen.
Daarnaast uit ze kritiek op het gebrek aan kennis bij huisartsen. Ze vertelt hoe ze zelf antidepressiva heeft voorgeschreven gekregen omdat haar klachten destijds niet zijn herkend, “Soms vind ik dat wel heel schrijnend,” zegt ze. Ze pleit voor meer bewustzijn en betere signalering, vooral bij volwassenen en ouderen.
Een nieuw leven door een nieuw gevoel van eigenwaarde
Het krijgen van een diagnose geeft Emmy de kans om haar leven opnieuw in te richten. Daarnaast geeft het haar rust en opluchting. Het idee dat ze iets niet kan of dat anderen haar dom vinden, verdwijnt langzaam. “Dat negatieve zelfbeeld, dat is nou ook weg.” Het inzicht dat haar gedrag is voortgekomen uit een neurobiologische oorzaak, en niet uit persoonlijk falen, geeft haar een nieuw gevoel van eigenwaarde.
Janny Mijnster (72) over neurodiversiteit in het gezin en medicatie
Janny ontdekt recentelijk pas, op haar 70e, dat ze ADHD heeft. De aanleiding hiervan is haar dochter. Als deze de diagnose ADHD krijgt, begint Janny zich te herkennen in het gedrag van haar dochter.
Zodra de diagnose ook bij haar is gesteld, komt het aan als een “rare gewaarwording”, maar ze voelt ook opluchting. De diagnose geeft haar een nieuw kader om haar gedrag, energie en emoties te begrijpen. “Dan ben je al rond de 70 en dan blijkt dat je je hele leven al ADHD hebt.”
Geen grip op ADHD
Janny ervaart ADHD vooral als een zware last. Ze beschrijft dat ze nauwelijks grip heeft op haar energie, stemming en gedrag. Haar dagen zijn onvoorspelbaar: “Soms denk ik: dit wordt een topdag. En na het ontbijt denk ik: ik heb helemaal geen energie.” Ze noemt het gevoel dat ADHD “haar leidt”, in plaats van andersom.
Ze heeft moeite met plannen, opruimen, huishoudelijke taken en het opvolgen van afspraken met zichzelf. Ze kan wel plannen maken, maar ze vaak niet uitvoeren. Ze volgt 5 sessies bij een deskundige, maar door haar emigratie naar Portugal, het leren van de taal en het regelen van praktische zaken kan ze de adviezen nog niet toepassen. “Ik voel mezelf een beginnende ADHD’er die nog heel veel moet leren.”
Neurodiverse familie
ADHD komt veel voor in Janny’s familie: haar zoon heeft het en 2 kleinkinderen hebben het ook. Dat zorgt voor herkenning en verbondenheid. Binnen de familie wordt er soms luchtig over gedaan (“wij ADHD’ers”), maar er is ook begrip voor de zwaarte ervan. “Mijn man zegt: ‘Het is niet makkelijk, hè Janny?’”
Toch is er niet overal begrip. De omgeving heeft soms moeite om te begrijpen dat Janny weleens een hersteldag nodig heeft of dat ze niet langdurig kan praten, wandelen of sociale activiteiten kan volhouden. Janny merkt dat sommige mensen ADHD zien als een etiket, maar niet begrijpen hoe het zich uit in het dagelijks leven.
Medicatie
De kleinkinderen gebruiken medicatie en functioneren daardoor beter op school. Janny ziet dat het hen helpt, maar blijft zelf bij haar keuze om geen medicatie te nemen. Ze wil op haar eigen manier leren omgaan met “haar ADHD”.
Behandelingen
GZ-psycholoog Diekhorst beklemtoont dat dezelfde behandelvormen als bij volwassenen ook werken voor ouderen, maar dat het meer tijd en sessies kan vragen. Dat komt, omdat er vaak een groot deel rouwverwerking en stigma bij komt kijken. “Ze hebben een beeld van: als oudere ga je daar niet meer mee naar de psycholoog, dan ben je afgeschreven, dan ben je uitbehandeld.” Toch kan voor 70plussers ADHD behandelen zeer zinvol zijn.
Door: Orly Metten
Wordt vervolgd: in deel 6 richten we ons op 2 anderen in de leeftijdscategorie 70-79 jaar.
(Bron: Hersenstichting, archief. Foto: Shutterstock)
Onderwerpen:
Geef een reactie
U moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.
Toen ik 64 was werd door een psychiater bij mij AD(H)D plus PDD-nos geconstateerd. Niet zo lang daarvoor wist ik niets van dit fenomeen af, sterker ik had er zelfs nog nooit van gehoord.
Dat hele AD(H)D verhaal kwam ik op een spoor door toeval, namelijk er was een meneer op de televisie aan het woord waarvan ik dacht: hé joh, het lijkt wel of ik dat sta te vertellen. Tot in detail vertelde deze man dingen die voor mij golden en daarom ben ik er maar eens wat dieper ingedoken. Dat was in 1960. Het heeft tot 1964 geduurd voordat ik een psychiater bereid vond om een diagnose te stellen. Het toenmalig RIAGG kwam niet verder dan, het zou kunnen maar om u niet te stigmatiseren en uw maatschappelijke carrière niet te schaden kunnen wij u niet zeggen dat u AD(H)D hebt; alsof je met 64 jaar nog carrière wilt of moet maken….. Die diagnose werd vrij vlot gesteld en ik kreeg te horen dat ik het prototype van de AD(H)D-mens ben. In plaats van de gebruikelijke vier sessies werd de diagnose bij sessie één gedaan. Vrij vertaald werd mij medegedeeld dat ik mij nog net zo “AD(H)D’s” gedroeg als toen ik jong was.
Na mij, via het internet, een aantal jaren te hebben verdiept in het fenomeen AD(H)D wist ik op enig moment voldoende voor mijzelf. Ik ben ook een aantal jaren deelnemer geweest aan een zogenaamde lotgenoten-website waar wij informatie over AD(H)D uitwisselden. Op een bepaald moment ben ik daarmee opgehouden omdat het steeds meer ging over “wat eten we vanavond” dan over AD(H)D.
Inmiddels ben ik 86 en heb de laatste 22 jaar zo goed mogelijk rekening gehouden met risico’s die AD(H)D met zich brengt. Soms lukt het maar lang niet altijd. Dus ga ik nog steeds struikelend door het leven. Uit een recent gedane test blijkt dat ik in het algemeen positiever in het leven sta dan de meeste anderen met een autistische aandoening. Tegenwoordig spreekt men vaak niet meer alleen van AD(H)D maar van ASS (Autisme Spectrum Stoornis) omdat dat de lading beter dekt, iets waar ik het volledig mee eens ben.
Over AD(H)D als zodanig wil ik opmerken dat als je geluk hebt en in een goede omgeving terechtkomt je van zeer grote waarde kunt zijn voor je omgeving en/of voor je werk. Kom je in een, wat ik beschouw AD(H)D-vijandige omgeving, terecht, dan wordt het dramatisch. Helaas heb ik met het laatste te maken gehad. Ik kan niet zeggen hoe blij ik was dat ik de AOW-gerechtigde leeftijd bereikte en kon genieten van mijn relatieve vrijheid en niet meer van allerlei dingen moeten waar ik het nut niet van inzie.
Met de heer Diekhorst ben ik het niet volledig eens. Ik voel mij totaal niet afgeschreven, al heb ik daar wel wat aan getwijfeld, maar na een goed gesprek met mijn huisarts bleek dat ik het echt bij het verkeerde eind had. Ik wordt beschouwd als een “Vitale oudere” en verwacht dat nog flink wat jaren vol te kunnen houden. Fysiek gaat het duidelijk minder, maar mijn hoofd werkt nog steeds prima.
Dat een autistische aandoening in aanleg erfelijk is, staat voor mij vast. Mijn vader was licht autistisch alleen toen kende men dat begrip nog niet, maar zijn gedrag was kenmerkend, zo realiseerde ik mij na mijn diagnose. Mijn oudste zoon ( 54 jaar) heeft recent ook de diagnose AD(H)D ontvangen. Ik ben van mening dat een autistische aandoening geen invloed heeft op de intelligentie. Mijn vader was een intelligente man, mijn zoon is gepromoveerd en bij IQ tests kom ik nog steeds boven de 130 uit.