Van LAT-relatie naar samenwonen en zo de woningnood een beetje oplossen? ‘400 euro inleveren op de AOW is een te hoge drempel’
Bij de verhalen over woningnood gaat het steeds over bouwen, wat niet snel genoeg gaat. Verder houden geld, het stikstofdossier en de congestie op het stroomnet de boel tegen. Minder belicht is hoe allerlei leefvormen ook bijdragen aan het huizentekort. Nieuwe cijfers van het CBS laten bijvoorbeeld zien dat er meer 60-plussers een LAT-relatie aangaan dan zo’n 10 jaar geleden. Zou het iets uitmaken op de woningmarkt als deze mensen zouden gaan samenwonen? Zo simpel blijkt het allemaal niet te liggen, zegt een ander onderzoek.
Wat is een LAT-relatie? Hoe vaak komen ze voor bij 60-plussers?
LAT staat voor Living Apart Together. Het is een vaste relatie waarbij de partners niet samenwonen. Ze leven in gescheiden huishoudens. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft recent een onderzoek gepubliceerd hoe vaak LAT-relaties voorkomen bij 60-plussers.
De belangrijkste conclusies van het onderzoek
- In 2024 had 5 procent van de zestigers en 3 procent van de zeventigers een LAT-relatie.
- Het aandeel 60-plussers met een LAT-relatie is tussen 2014 en 2024 licht gestegen.
- Zestigers lijken qua relatiestatus op vijftigers. Zeventigers wonen vaker alleen en hebben minder vaak een LAT-relatie.
- Mannen van 60+ wonen vaker alleen dan vrouwen en hebben ook vaker een LAT-relatie.
- LAT-relaties komen bij alleenstaande 60-plussers vaker voor bij hoger opgeleiden, mensen met een goede gezondheid en gescheiden personen. Bij vrouwen komt dit het minst voor na verweduwing, bij mannen bij wie nooit getrouwd is geweest.
Meer dan 1 miljoen Nederlanders in een LAT-relatie
Dan nu de vraag of ‘latters’ in het algemeen een zichtbaar effect hebben op de woningmarkt? In februari 2025 publiceert onafhankelijk economisch discussieplatform Me Judice een onderzoek met de veelzeggende titel: Inmiddels hebben meer dan 1 miljoen Nederlanders een LAT-relatie. Is dit een keuze, of noodzaak?
Onderzoekers Hanna van Solinge en Jornt Mandemakers kijken naar het aandeel van latters in de woningnood. Als al die latters zouden gaan samenwonen is dan de woningnood ook meteen opgelost? Dat blijkt wat te simpel gesteld.
Er zijn ruim 1 miljoen latters (18–60 jaar). Opvallend is dat deze onderzoekers een ruime definitie aanhouden. Zij tellen ook jongeren mee die nog bij hun ouders wonen. Dat gebeurt vaak niet in ander onderzoek, maar is hier juist belangrijk door de wooncrisis. Ze onderscheiden 4 groepen:
- thuiswonende latters (29 procent)
- zelfstandig wonende latters jonger dan35 jaar (37 procent)
- zelfstandig wonende latters ouder dan 35 jaar (16 procent)
- latters met kinderen (18 procent)
Over 60-plussers hebben zij geen data, omdat hun enquête stopt bij 60 jaar. Die cijfers zijn nu wel duidelijk sinds de recente publicatie van het CBS, waaruit blijkt dat LAT-relaties bij ouderen toenemen.
Waarom kiezen mensen voor deze vorm?
Volgens de onderzoekers is de keuze voor LAT bij ouderen vaak bewust. Ze kiezen vaak voor vrijheid en autonomie. Ze willen hun eigen leven houden. LAT is dan een lifestyle. Bij jongeren is het vaak uit noodzaak geboren. Zij wonen vaak apart (bij hun ouders) door omstandigheden, zoals een gebrek aan betaalbare woningen, door studie of werk of hun relatie is nog te pril.
AOW gaat omlaag bij samenwonen
Samenwonen heeft voor ouderen vaak ook vervelende consequenties. Bij samenwonen gaat de AOW van beiden omlaag. Ook bestaat de kans op het verlies van toeslagen en bepaalde belastingvoordelen gaan niet langer op. Deze nadelen zorgen ervoor dat ieder in zijn of haar eigen huis blijft wonen.
Meldster Janneke ziet het in haar eigen omgeving gebeuren. “Ik woon aan een galerij met 10 appartementen in Raalte. Voor het merendeel wonen hier dames boven de 65. In 3 appartementen woont iemand die een LAT-relatie heeft. Eén buurvrouw heeft een LAT-relatie in Eindhoven, één in Amersfoort en één in Almere. De heren in kwestie wonen alle 3 in een grote eigen woning met voldoende ruimte voor 2 personen. De reden dat de stellen niet willen gaan samenwonen is dat ze meteen zwaar gekort worden op hun AOW. Zou die korting niet plaatsvinden dan kwamen er op deze galerij al 3 woningen leeg.”
“Bovendien zouden ze niet wekelijks om elkaar te zien de auto moeten pakken (zou een heleboel aan uitstoot schelen). Ook zou op de kosten voor de zorg worden bespaard doordat men op elkaar kan letten en voor elkaar kan zorgen. Volgens mij zijn er heel veel mensen die best zouden willen verhuizen, maar 400 euro inleveren op de AOW is een te hoge drempel. Soms begrijp ik het systeem niet.”
Dat ook getrouwde stellen een ‘LAT-relatie’ kunnen hebben en worden gekort op de AOW komt trouwens evengoed voor. In 2021 heeft Meldpunt Actueel aandacht besteed aan Trudy die al 40 jaar 2.000 km van haar man woonde en toch het lagere gehuwden AOW ontving.
Lost samenwonen van latters de woningnood op?
Van Solinge en Mandemakers hebben alles nog doorgerekend en zeggen dat het effect van samenwonen van latters maar een beperkt effect zal hebben op de woningmarkt. Op een totaal van ongeveer 1.000.000 latters zouden slechts 149.000 woningen vrijkomen. Dat lijkt veel, maar het dekt maar een deel. Als de (± 274.000) thuiswonende latters gaan samenwonen zijn die vrijgekomen woningen snel opgevuld. De druk op de woningmarkt blijft zo nog steeds groot.
Volkskrantcolumnist Peter de Waard ziet dat anders. In mei 2025 publiceert hij een column met de prikkelende titel: Is de latrelatie een ramp voor huizenmarkt? Hij concludeert dat het echte probleem de ‘gezinsverdunning’ is. “In 1962 woonde gemiddeld 3,5 persoon in een huis. Nu zijn dat er 2,” schrijft hij. “Nederland heeft niet zozeer een tekort aan woningen, maar te veel latters.”
(Bron: CBS, De Telegraaf, De Volkskrant, Me Judice, archief. Foto: Shutterstock)
Onderwerpen:
Geef een reactie
U moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.
Inderdaad, niet alleen de AOW wordt gekort ook de pensioenuitkering van het ABP wordt gekort.
Samen ongeveer 1000 euro.
Daarvoor is een extra huis wel te betalen. Dat ga je niet zomaar inleveren. Leve de LAT relatie.