Registeren Inloggen

Rechter doet belangrijke uitspraak over AOW-korting: ‘De bewijslast over hoofdverblijf van mantelzorger ligt bij SVB’

In een recente uitzending van Meldpunt Actueel is de vraag gesteld in hoeverre een AOW-korting terecht of onterecht is. Inspecteurs van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) komen achter de voordeur om te checken of er sprake is van een ‘gezamenlijk huishouden’. Dan gaat de AOW van een hoger alleenstaanden-AOW naar een lager gehuwden-AOW. Dat kan heel lelijk uitpakken bij mantelzorgers. Er ligt nu een belangrijke rechterlijke uitspraak die de bewijslast over het ‘hoofdverblijf’ van de mantelzorger bij uitkeringsinstantie SVB legt.

Verouderde wet, maar er zijn plannen voor hervorming AOW-stelsel

In genoemde uitzending geeft Diana Starmans, voorzitter van de raad van bestuur Sociale Verzekeringsbank grif toe dat de wet en methodes verouderd zijn, als het gaat om een AOW-korting. De SVB heeft mogelijke oplossingen onderzocht, waarbij het objectief partnerschap op dit moment de voorkeur geniet. Dat gaat over objectieve criteria, die ook de Belastingdienst hanteert. Zo stellen ze vast of mensen fiscaal partner zijn. Bent u getrouwd of geregistreerd partner en heeft u een huis of een kind samen, dan wordt u gezien als samenwonend en krijgt u een lager AOW. De SVB komt in de nieuw plannen niet meer bij mensen thuis aankloppen, een hele verbetering.

Ook in Den Haag beseft men dat het AOW-stelsel moet veranderen. Een motie die Tweede Kamerleden Elles van Ark (CDA) en Stephan Neijenhuis (D66) hierover hebben ingediend, is aangenomen. Maar tot er een nieuwe wet ligt, geldt de huidige uit 1957 nog. Laat er nu net een interessante rechtszaak te zijn geweest over een AOW-korting, vrijwel gelijktijdig (net ietsje eerder) met onze uitzending over AOW-kortingen.

Rechtszaak over gezamenlijke huishouding met mantelzorger

De zaak draait om de vraag of een vrouw (86) met AOW vanaf eind 2021 een ‘gezamenlijke huishouding’ voert met haar mantelzorger. Als dat zo is, heeft zij slechts recht op een lager AOW-bedrag voor samenwonenden (gehuwden-AOW) in plaats van een alleenstaanden-AOW. De vrouw ontvangt sinds 1 mei 2005 een AOW-uitkering voor alleenstaanden. In februari 2023 krijgt de SVB een tip dat zij al 15 jaar zou samenwonen met haar mantelzorger.

Deze man heeft officieel een eigen woning. Daar woont hij eerst samen met zijn zoon en diens vriendin. Tijdens het onderzoek door de SVB verklaart hij dat intussen alleen hij en zijn zoon nog in het huis verblijven. Volgens zijn verklaring verblijft hij 2 keer per week op dat adres.

De SVB doet onderzoek nadat eerder (in 2010) ook al eens te hebben gedaan. Daarna volgen in de loop van 2023 2 huisbezoeken bij de vrouw thuis. Op basis van verklaringen, Facebookgegevens, dagboekfragmenten en waterverbruik concludeert de SVB dat de vrouw en de mantelzorger vanaf 13 november 2021 een gezamenlijke huishouding voeren.

SVB verlaagt AOW naar gehuwden-AOW

Daarom besluit de SVB in juli 2024 haar AOW vanaf december 2021 te verlagen naar een gehuwden-AOW. Ook moest zij 10.839,31 euro terugbetalen over de periode van december 2021 tot en met november 2023. Later legt de SVB boven op deze AOW-korting ook nog een boete op.

De vrouw bestrijdt alles. Volgens haar woont de man niet bij haar, maar is hij hooguit 3 dagen en nachten per week bij haar voor mantelzorg. Haar dochter en schoondochter verlenen de meeste zorg. Zij zegt dat er geen gezamenlijke financiën zijn. Ook zijn er geen gezamenlijke rekening en gedeelde woonlasten. Dat haar mantelzorger haar pinpas of auto gebruikt, gebeurt alleen om haar te helpen.

Het vonnis over de AOW-korting

De rechtbank kijkt niet naar de intenties maar naar de wettelijke criteria voor een gezamenlijke huishouding. Het moet volgens de rechter om de feiten gaan: er moet sprake zijn van hetzelfde hoofdverblijf en van wederzijdse zorg of financiële verstrengeling. De bewijslast legt de rechter bij de SVB.

De rechter beschouwt het onderzoek als onvoldoende. De SVB heeft niet goed gekeken naar spullen van de mantelzorger in de woning van de vrouw, zoals kleding, administratie of hondenspullen. Ook is geen huisbezoek gedaan in de woning van de mantelzorger zelf. Verder wijst het opvallend lage waterverbruik in de woning van de vrouw juist op een eenpersoonshuishouden. Daarom vernietigt de rechtbank het besluit van de SVB. Geen AOW-korting dus. De vrouw behoudt haar alleenstaanden-AOW en hoeft helemaal niets terug te betalen.

‘Bewijslast ligt door belastende beslissing terecht bij de SVB’

Volgens hoogleraar en advocaat sociaal verzekeringsrecht Caroline Forder is dit een belangrijke uitspraak. Zij zegt in NRC dat de bewijslast bij zo’n AOW-korting volkomen terecht bij de SVB ligt. Zij vindt dat de SVB beter onderzoek had moeten doen naar waar de mantelzorger echt woonde, bijvoorbeeld door te kijken waar zijn administratie, reservekleding en hond verbleven. “De SVB neemt een voor de vrouw belastende beslissing, daarom ligt de bewijslast bij de SVB. Die moet aantonen dat de mantelzorger zijn hoofdverblijf heeft op het adres van de vrouw én economisch of anderszins deelneemt aan haar huishouding. Het ging hier al mis op het eerste criterium, het hoofdverblijf.”

Ook stelt zij dat mantelzorg niet automatisch betekent dat er een gezamenlijke huishouding is. Overigens kan de SVB nog in beroep gaan tegen deze rechterlijke uitspraak.

(Bron: De Rechtspraak, NRC, archief. Foto: MAX)

Het AOW-stelsel op de schop? ‘Mensen durven bijna niet meer te gaan samenwonen’

 

Onderwerpen:

Geef een reactie