RegisterenInloggen

COLUMN: ABP, belofte maakt schuld

ABP is teruggekomen op de eerder gedane toezegging om per ongeluk te veel uitgekeerd pensioen niet langer terug te vorderen bij de betreffende gepensioneerden.

Foutje van de administratie

Stel: u werkt in loondienst. Aan het einde van elke maand ontvangt u uw salaris. Met dat salaris doet u uw boodschappen, betaalt u uw hypotheek en geeft u uw leven wat kleur. Na een aantal jaren zegt uw werkgever tegen u dat u al die tijd een te hoog salaris ontving. Een fout op de administratie-afdeling. Daar heeft men jarenlang niet goed zitten opletten. Maar, voegt uw werkgever daaraan toe, u had er zelf ook niet op mogen vertrouwen dat alles zomaar klopte, elke maand weer. Het slechte nieuws is dan ook dat u alles wat u te veel hebt ontvangen, moet terugbetalen. Het goede nieuws is dat u daar geen omkijken naar heeft: uw werkgever houdt het gewoon in op uw maandelijkse salaris, net zo lang tot alles weer is terugbetaald. Dat worden de komende jaren dus minder boodschappen en kleur in uw leven. En hoe u dat met uw hypotheek oplost, ja, dat zoekt u zelf maar uit.

De betrokkenen wisten van niets

Ondenkbaar? We hopen het, want zo’n werkgever zou foute boel zijn. Maar vervang ‘werkgever’ door ‘pensioenfonds’ en we wéten dat dit gewoon gebeurt. Vorig jaar nog kwamen we met het nieuws dat ABP honderden gepensioneerden kortte op hun pensioen, door één en dezelfde administratiefout. ABP wist al jaren van deze fout, maar ging er pas iets aan doen toen de fout was opgelopen tot 3 miljoen euro. ABP hield dit geld in op de pensioenen van al die mensen, die van niets wisten. Pas toen wij ABP voor de rechter sleepten, staakte ABP de terugvordering en betaalde terug wat al was ingehouden. Dit was welbegrepen eigenbelang, want ABP had hiermee een tik op de vingers van de rechter weten te voorkomen.

ABP zou zelf actie ondernemen

ABP beloofde ons daarnaast dat iedereen die eerder al te maken had gehad met deze zelfde administratiefout, alsnog kwijtschelding zou krijgen. Deze mensen, naar schatting ruim honderd totaal, zou ABP zelf opsporen. Een logische toezegging, maar we vonden het toch fijn om deze zwart op wit te hebben.

Van gedachten veranderd

Wat we ook prettig vonden, is dat een paar van deze mensen zich ook bij ons meldden. Want zo konden we volgen hoe ABP invulling zou geven aan de gemaakte belofte. Enkelen kregen inderdaad alsnog kwijtschelding. Maar niet de heer Schriek, bij wie ABP 3.200 euro had teruggehaald. En ook niet de heer Van Dijk, bij wie ABP nu nog steeds elke maand 250 euro op zijn pensioen inhoudt. Net zolang tot hij 9.000 euro heeft terugbetaald. Nu, een jaar later, meldt ABP namelijk dat het van gedachten is veranderd. ABP verleent geen kwijtschelding meer aan deze groep. Een makkelijke keuze, nu de gerechtelijke procedure al is afgekocht.

Wij laten ze niet vallen

Als een werkgever zoiets zou doen, zou je meteen solliciteren naar een andere baan. Want met zo’n partij wil je niets te maken hebben. Schriek en Van Dijk hebben die keuze niet. Zij zitten vast aan het ABP. Wij laten ze niet vallen. En anderen die zich in dit verhaal herkennen, kunnen uiteraard bij ons terecht.

Bel met de MAX Ombudsman

Bent u lid van MAX? Dan kunt u met vragen, problemen of klachten terecht op het telefonisch spreekuur van de MAX Ombudsman. U kunt bellen op werkdagen tussen 10.00 en 12.00 met het nummer 035-6775511 (lokaal tarief). Voor meer informatie over de MAX Ombudsman, klikt u hier. 

Geef een reactie

Reacties (10)

  1. Het is verdorie ongelooflijk.
    Fouten maken én laten voortwoekeren.
    En dan rücksichtlos terugvorderen (middels een “koude” verrekening) bij de uitkerings- cq.pensioengerechtigde.

    Goed dat MAX ten strijde trok en dácht aan het langste eind te hebben getrokken: geen uitspraak van de Rechter maar een ‘minnelijke schikking’ (noem het een ‘gentlemens aggreement’).

    Maar ja, een jaar later en nog verdere daling van de dekkingsgraad dan flikkert de fouten makende instantie die ‘minnelijke schikking’ volledig over boord.

    Laat me raden; hebben ze de term ‘sociaal beginsel voor álle (toekomstige) gerechtigden’ gebezigd??

    Schrale troost maar ook waarschuwing: ABP is niet uniek in deze tenenkrommende handelswijze.

    Ik blijf deze zaak volgen en wens alle gedupeerden én Max Ombudsman (en wellicht de heer Omtzigt) veel sterkte, daadkracht en succes toe.

  2. Wat maakt het allemaal eigenlijk uit, als er niets aan de mentaliteit van de Nederlander verandert zijn we straks de helft van ons pensioen kwijt. Na het jaar 2019 waar de pensioenfondsen een gemiddeld rendement haalden van 18% kregen u en ik (wij) geen indexatie omdat er te weinig in de pensioenkassen zit, wie geloofd dat?
    Ik niet, ik zal hier een citaat neerzetten wat er met het pensioen gaat gebeuren.
    CITAAT
    Bijdrage van Dhr Servé Mullenders :
    Geachte Dames en Heren,
    met ontstentenis heb ik kennis genomen van de plannen en het beleid van de Nederland
    sche Bank (DNB) en dus ook de heer Knot omtrent de rekenrente.
    Met beide armen wordt het “advies van de commissie Dijsselbloem”
    omarmd en gaat men de rekenrente voor de pensioenfondsen verder naar
    beneden aanpassen.
    Alhoewel het in 4 fasen gebeurt zoals men zegt, zijn de gevolgen voor met name
    de gepensioneerden nog desastreuzer dan ze nu al zijn en vooral ook voor het
    verdere verloop van de invoering van de nieuwe Pensioenwet/-contract.
    Ook minister Koolmees zal met zijn vrienden van Netspar in zijn vuist lachen want
    hij heeft bepaald dat bij het invaren de dekkingsgraden van de BedrijfstakPernsioenfonsen 100% MOET zijn.
    Echter gelet op het thans voorliggende en bekende beleid van Koolmees (als minister)
    en van DNB zullen er niet veel pensioenfondsen aan deze 100%-eis (meer) kunnen voldoen, TENZIJ er rigoreus wordt gesneden in de waarde van de huidige pensioenen
    zoals deze nu al in 2021 met gemiddeld 15% gekort zullen moeten gaan worden.
    Deze 15% komt bovenop de reeds “gekorte” 22% over de afgelopen 12 jaar.
    Met andere woorden de koopkracht van de ouderen gaat gigantisch achteruit en de waarde bij invaren zal als het beleid met de rekenrente zoals thans gevoerd wordt/gaat voeren wel eens BENEDEN de 50% van de huidige waarde zijn.
    En dan durft men ook nog eens niet te praten dat hier een gigantische ONTeigening van de uitgestelde lonen van de deelnemers en gepensioneerden plaatsvindt.
    Lubbers en co zijn met hun gestolen 32 miljard gulden hierbij slechts kinderspel gebleken, maar kennelijk wel een goed voorbeeld voor de huidige bestuurders.
    En hoewel n.m.m. de Nederlandsche Bank hiermede haar wettelijke bevoegdheden verre overschrijdt en in strijd handelt met het PW/nFTK art.126 v.w.b. de berekening van de vaststelling van de technische voorzieningen met betrekking tot de te hanteren rekenrente. Daarin heeft n.m.m. DNB enkel en alleen een adviesgevende rol en geen bepalende functie.
    Het is aan het Bestuur van de pensioenfondsen om geheel zelfstandig die technische voorzieningen te berekenen en vast te stellen op basis van de marktwaarde waarbij rekening dient te worden gehouden met de behaalde en te verwachten beleggingsresultaten zoals gesteld in artikel 126 PW.
    Hoe kan het toch zo zijn dat door DNB 2 verschillende rekenrentes worden gehanteerd voor de commerciële fondsen/verzekeraars
    3,65% en voor de bedrijfstak pensioenfondsen 0,4-0,6% ?????
    Servé Mullenders
    Citaat einde

  3. Misschien toch maar eens wat anders stemmen als: VVD, D66, CDA, PvdA, Groen-Links, CU en SGP. Ik garandeer niets, maar wordt het eens niet tijd dat de dames en heren van bovengenoemde clubs eens stevig op hun vingers worden getikt? Het hangt van leugen en bedrog aan elkaar. Voorbeeld: een kroegbaas in Soest krijgt een boete omdat hij onvoldoende de Corona-maatregelen zou hebben gehandhaafd in zijn kroeg. De kroeg staat nu te koop! De opdrachtgever voor deze maatregelen, te weten Ferdinand Grapperhaus heeft schijt aan alle maatregelen en viert zijn feestje met 500 man, zonder mondkapjes en afstand. Onze geweldige minister van Landbouw, Carola Schouten neemt stikstofmaatregelen in het het verminderen van de eiwitten in het veevoer. Ondanks herhaalde protesten van boeren, zij kregen zelfs verkeersboetes, was ons gereformeerde tutje niet te vermurwen. Plotseling, enkele dagen terug, trok zij het voorstel in: wat een onkunde! Weg met die zooi!

  4. WAAROM DREIGT ER EEN ENORME ONTEIGENING?
    Geplaatst op 11:07h in Artikelen door rob de Brouwer
    Een van de gevolgen van de invoering van een nieuw pensioenstelsel is de volledige overgang van alle deelnemers en gepensioneerden van het oude naar het nieuwe stelsel. Men noemt dit met een gevoel voor romantiek “invaren” maar het heeft niets romantisch. Het betekent dat de aanspraken die over de jaren zijn opgebouwd moeten worden omgerekend naar de bijbehorende financiële middelen op individueel niveau. In gewone mensentaal: het vermogen van een pensioenfonds moet worden verdeeld over de individuele deelnemers en gepensioneerden. Want in het nieuwe stelsel heb je geen aanspraken meer. Je krijgt een persoonlijke pensioenrekening waarop de ingelegde premie en het rendement daarop worden bijgeschreven. En daaruit wordt vervolgens het pensioen betaald. De overgang van een kapitaaldekkingsstelsel naar een beschikbare premiestelsel in een notendop.
    De standaardmethode die voor het invaren door het kabinet wordt aangereikt is gebaseerd op het financiële toetsingskader (ftk). De Minister geeft nog een alternatief, de vba-methode, maar die is zo ingewikkeld dat het onwaarschijnlijk is dat veel pensioenfondsen er gebruik van zullen maken.
    Bij de standaardmethode wordt het totaal aan belegde middelen van een pensioenfonds verdeeld over deelnemers en gepensioneerden naar rato van de contante waarde van hun individuele aanspraken. Voor de berekening wordt gebruik gemaakt van de rentetermijnstructuur (rts). De rts is ontwikkeling van de rekenrente door de tijd. Het is een tamelijk vlak verlopende curve die voor looptijden tot tien jaar negatief is en vervolgens licht positief verloopt met een zeer geringe stijging over de tijd. Op het moment van schrijven is het gemiddelde van de curve, de gemiddelde rts 0,17%. Dat wil zeggen dat de waarde van de aanspraken die pas over 60 tot 70 jaar tot uitkering zullen leiden in de balans van vandaag nagenoeg hetzelfde is. Die zeer lage rts was er niet altijd. Vóór 2007 konden pensioenfondsen hun eigen rekenrente bepalen mits deze onder het maximum van 4% bleef. Bij invoering van de nieuwe Pensioenwet in 2007 werd de rts geïntroduceerd als verplichte rekenrente en verviel dit maximum. Daardoor werd in het eerste jaar zelfs de 5% aangetikt. Maar sinds de kredietcrisis en het ingrijpen van de Centrale Banken is de rts geleidelijk gedaald tot bijna nul en zelfs tot minder dan nul voor leningen korter dan tien jaar.
    Wat is nu het effect van deze sterk gedaalde rts op de uitkomst van de waardering van de aanspraken en de vertaling naar het persoonlijke vermogen in het nieuwe stelsel? Ik gebruik de gepubliceerde jaarverslagen van de Stichting Pensioenfonds Hoogovens om dit duidelijk te maken. Ik kijk daarbij alleen naar deelnemers en gepensioneerden en laat gewezen deelnemers (slapers) buiten beschouwing.

    2005, aantallen 2005, mln €* 2019, aantallen 2019, mln €*
    deelnemers 11.512 (57%) 1.516 (41%) 9.832 (40%) 4.186 (52%)
    Gepensioneerden 8.583 (43%) 2.156 (59%) 14.730 (60%) 3.792 (48%)
    Totaal 20.095 (100%) 3.672 (100%) 24.662 (100%) 7.978 (100%)
    *Dit zijn de waarden zoals vermeld in de balans, contant gemaakt tegen de discontovoet van dat moment.

    Uit bovenstaande tabel blijkt duidelijk wat de effecten zijn van de geleidelijke rentedaling sinds 2007. Hoewel het aantal actieve deelnemers als percentage van het totaal sterk is teruggelopen van 57% naar 40% en hoewel met zekerheid gezegd kan worden dat de opgebouwde rechten van deze actieve deelnemers lager zullen zijn dan die van de gepensioneerden, is het aandeel dat in de balans toegewezen wordt aan de actieve deelnemers gestegen van 41% naar 52%.
    Als in de periode 2005 tot en met 2019 de rekenrente gelijk zou zijn gebleven (3,7%) dan zou in de balans van 2019 bij benadering 74% van het totaal aan belegde middelen zijn toegewezen aan de gepensioneerden. Dat zou een bedrag van € 5.900 miljoen zijn terwijl als gevolg van de gedaalde rente dit bedrag nog maar krap € 3.800 miljoen is. De gezamenlijk groep gepensioneerden heeft door de gedaalde rente een bedrag van € 2.100 miljoen of 36% moeten overdragen aan de groep actieve deelnemers.
    In deze vergelijking hanteren we de officiële discontovoet zowel in 2005 (3,7%) als in 2019 (rts, gemiddeld 0,7%). Maar het is natuurlijk veel eerlijker en rechtvaardiger als gerekend wordt met het rendement op de premie-inleg. In een vraag daarover aan Minister Wouter Koolmees antwoordt hij dat zo’n berekening niet zinvol, niet wenselijk en niet uitvoerbaar is. Hij legt een driedubbele barricade voor de meest logische, meest eerlijke en meest rechtvaardige toedeling. Omdat de werkelijke rendementen veel hoger zijn geweest dan de rts, zou een berekening op basis van werkelijke rendementen een hogere toerekening aan gepensioneerden opleveren dan een berekening op basis van 3,7% zoals hierboven werd uitgevoerd.
    De nominale verplichtingen voor gepensioneerden bij het Pensioenfonds Hoogovens bedragen € 3.952 miljoen. Op basis van de huidige rts zou aan de gepensioneerden € 3.792 miljoen worden toegewezen, minder dan nodig om aan alle nominale verplichtingen te voldoen. Gepensioneerden zijn bij het Pensioenfonds Hoogovens cumulatief 20% indexatie misgelopen. Dat betekent dat een eenmalige inhaalindexatie zou leiden tot een verhoging van deze verplichtingen tot € 4.742 miljoen. Het is zonneklaar dat de toewijzing volgens de standaardmethode een gehele of gedeeltelijke inhaalindexatie onmogelijk maken. Het projectierendement in de uitkeringsfase, ook wel beschermingsrendement genoemd, schat ik op niet meer dan 1%, dus daar zal de indexatie ook niet van komen, hoogstens argumenten om niet vanaf het begin te gaan korten. Hanteren we echter een rekenrente van 3,7% dan krijgen de gepensioneerden € 5.900 miljoen toegewezen en zou tot inhaalindexatie kunnen worden overgegaan. En dan is er ook ruimte voor volledige indexatie, met nog steeds het magere beschermingsrendement als aanvulling.
    Zo zie je hoe belangrijk het is om bij de verdeling van de vermogens van pensioenfondsen eerlijke uitgangspunten te hanteren en de beslissing niet te laten afhangen van de gebeurtenissen in de financieel gezien unieke periode 2008 tot heden. Als de rts van nu zou worden gebruikt om de vermogens te verdelen dan worden de gepensioneerden ernstig onderbedeeld maar wat problematischer is: het zal blijken dat deelnemers die hun pensioen nog opbouwen ernstig worden overbedeeld. Want op basis van de rts zouden actieve deelnemers € 4.186 miljoen krijgen toegewezen. Om aan de nominale verplichtingen te voldoen moet het fonds voor hen een rendement maken van 0,7% en bij een indexatie van 2% is slechts een rendement nodig van 2,7%. Omdat het projectierendement voor actieve deelnemers wordt vastgesteld op basis van een beleggingsmix met een relatief hoog aandeel zakelijke waarden zal het gemiddeld rendement aanzienlijk hoger liggen dan 2,7%. Zelfs de toch bepaald niet optimistische Commissie Dijsselbloem komt bij een mix van 60% aandelen, 20% onroerend goed en 20% vastrentende waarden tot een verwacht rendement voor de komende vijf jaar van 4,2%.
    Samengevat: het nieuwe stelsel biedt de gepensioneerden bij het invaren volgens de standaardmethode niet meer dan een nominaal pensioen, geen uitzicht op indexatie en zeker geen inhaalindexatie. Voor actieve deelnemers, vooral voor de jongeren, biedt het nieuwe stelsel een nagenoeg zeker uitzicht op een volledig geïndexeerd pensioen. Dat kan nooit het resultaat zijn van een evenwichtige belangenafweging. Sterker nog: het is recht-toe-recht-aan een ernstige vorm van leeftijddiscriminatie.
    Als de afgelopen jaren de discussie ging over de wenselijkheid om te werken met een hogere rekenrente hoorden we steeds weer van de zijde van de bewindslieden dat het geld eerst moest worden verdiend voordat het kan worden uitgegeven. Welnu, het geld voor de uitkeringen van gepensioneerden is verdiend. Ruim zelfs. De toekenning van het aan gepensioneerden toebehorend vermogen moet daarvan het bewijs zijn. Gaat dat niet gebeuren, en alles wijst erop dat de standaardmethode wordt opgelegd voor de invaarberekeningen, dan gaat de grootste naoorlogse onteigening in Nederland plaatsvinden.
    Rob de Brouwer
    22 augustus 2020

    1. Dag mijnheer Rob de Brouwer. Een goed stuk. Dat weet u. U en ik weten ook dat we belazerd zijn en worden. Door de politiek. En helaas ook door werknemer organisaties. Heb enige lezingen van u mogen mee maken. . Heb geen aanvulling. Kan het alleen ondersteunen als WPA en LCR lid.
      Wil wel alle lezers oproepen deze tekst van professor Brouwer goed te lezen.
      Het is m.i. begrijpelijk neer geschreven voor een ieder.
      De politiek roeptoetert dat pensioen zo moeilijk is. Je reinste flauwekul.
      Klein bewijs; ben 79 jaar .Evenals mijn vrouw. We zijn al 14 jaar gekort .Over 50 jaar is mijn persoonlijke deel zonder rendement met de huidige uitkering pas op.
      Wie geloofd Klaas knot en Wouter koolmees dan nog.? Zelfs een Dijselbloem die er niets mee te maken heeft, weet wel te vertellen tijdens de onderhandelingen dat er gekort moet worden. Ik roep u op RISICOLOOS uw waterschap belasting door te sturen naar uw pensioen fonds. Het is vermakelijk hoe ze er mee om gaan. let wel gratis humor. Beste mensen, laat de kop niet hangen. Bind de strijd aan. Het Kan. Uw geld.!!!
      Vr. groet, Henk Terpstra.

  5. ABP bestuur negatief beoordeeld, maar dat mag u niet weten!
    OPINIEFNIJHOF8 MEI 2020

    Jaarlijks publiceert het bestuur van pensioenfonds ABP het jaarverslag met daarin opgenomen de jaarrekening, zeg maar het huishoudboekje. In het jaarverslag legt het bestuur verantwoording af over hun handelen, het beleid, de uitvoering daarvan en de financiële huishouding.
    Sinds enkele jaren zijn pensioenfondsen wettelijk verplicht een Verantwoordingsorgaan (Vo) in te stellen, zeg maar een soort ondernemingsraad. Het bestuur legt periodiek verantwoording af aan het Vo en het Vo beoordeelt het handelen van het bestuur, het beleid van het fonds en de uitvoering daarvan. Daarnaast geeft het Vo gevraagd en ongevraagd advies.
    Het VO beoordeelt of het beleid van het bestuur voldoet aan een evenwichtige belangenbehartiging van alle betrokken partijen. Dat zijn de deelnemers, werkgevers, werknemers en slapers die in het verleden pensioen hebben opgebouwd bij ABP. Een uitgebreide beschrijving van rechten en plichten van het Vo vindt u op deze website terug in het artikel van prof. Hans van Meerten, hoogleraar pensioenrecht aan de universiteit van Utrecht, link: https://bit.ly/3dq3TZe
    De 48 leden van het Vo vertegenwoordigen de belangen van 3 miljoen werknemers, gepensioneerden en werkgevers die bij ABP zijn aangesloten. In het door vakbonden en werkgevers gedomineerde Vo zit een klein onafhankelijk orgaan de LvOP, Lijst voor Onafhankelijk Pensioentoezicht. De naam zegt het al, het is een niet-vakbondsorgaan en dat wekt op voorhand al vertrouwen. De LvOP in het Vo telt vijf leden die hun sporen hebben verdiend op gebied van ‘kennen en kunnen’. Dat zijn onder andere drs. Arend-Jan Boekestijn (voormalig VVD Kamerlid, universitair docent), mr. drs. Michael Visser (onderzoeker universiteit van Tilburg) en mevrouw mr. Petra van Straten (promovenda pensioenrecht Radboud universiteit).
    Ieder jaar vermeldt het ABP-bestuur in het jaarverslag kort de vergaderpunten waarover overleg is gevoerd met het Vo en de uitkomsten daarvan. Veel woorden besteedt het bestuur aan de goede sfeer, de uitstekende onderlinge verstandhouding en de geweldige vooruitgang die is geboekt. Kritische noten van het Vo over het handelen van het ABP bestuur ontbreken vrijwel. Ook over het jaar 2019 zult u weinig kritische opmerkingen van het Vo terugvinden. Kortom, bon ton tussen het ABP-bestuur en het Vo.
    Of ligt dat toch anders?
    De LvOP heeft het handelen van het ABP-bestuur in 2019 als negatief beoordeeld, zo blijkt uit de podcast die op de website van LvOP beschikbaar is. Maar dat mocht van het bestuur niet worden opgenomen in het jaarverslag. In de concepttekst voor het jaarverslag dat de LvOP bij het bestuur inleverde schrijft het inspraakorgaan dat er bij ABP sprake is van een ernstige situatie, dat men kritisch is over de renteafdekking van beleggingen, de geringe transparantie van het ABP-bestuur, dat er een wankel financieel beleid wordt gevoerd, dat ABP relatief veel risico neemt, dat er een spanning bestaat tussen ambitie en realisatie, dat er geen vooruitgang is in complexiteitsreductie, dat het rendement op beleggingen in 2019 met 16,8% te laag is en 0,4% onder de benchmark ligt, dat de zekerheden die het ABP-bestuur aan deelnemers biedt onhoudbaar zijn, dat het beleggingsbeleid moet worden gewijzigd, dat de ambitie over duurzame beleggingen is vastgesteld door sociale partners en niet door deskundigen, dat de vereenvoudiging van het pensioenreglement is mislukt, enzovoorts.
    Door dit alles ging een dikke rode streep van het bestuur. In een geheime vergadering zijn de kritische noten van LvOP gesneuveld.
    Wanneer grijpt toezichthouder Autoriteit Consument & Markt in?
    Frans Nijhof

  6. De graaicultuur van pensioenfondsen
    OPINIEFNIJHOF10 MEI 2018
    Wie de uitzendingen van omroep MAX over ons pensioenstelsel heeft gevolgd, wordt daar niet vrolijk van. Op pijnlijke wijze wordt duidelijk gemaakt hoe de graaicultuur binnen de pensioenfondsen sinds vele jaren volop heeft toegeslagen. Met instemming van de vakbonden overigens, want die worden rijkelijk beloond voor hun deelname in allerlei commissies en medezeggenschaporganen van de pensioenfondsen. De FNV als grootste vakbond ontvangt jaarlijks € 1,2 miljoen euro aan vergoedingen van de pensioenfondsen en dan kijk je graag even de andere kant op.
    Een mooi voorbeeld is het pensioenfonds ABP, het pensioenfonds voor overheidswerknemers en onderwijsinstellingen. ABP is het grootste pensioenfonds van Nederland en op twee na de grootste ter wereld. Het vermogen bedraagt maar liefst 409 miljard euro. ‘Samen bouwen aan een goed pensioen, dat is de missie van ABP’, meldt het jaarverslag. ‘Samen voor ons eigen’, zouden Koot en Bie zingen want de ABP-heren nemen het er goed van.
    Wie vermoedt dat ABP een reusachtige organisatie is met honderden medewerkers, vergist zich. ABP heeft slechts 43 medewerkers in vaste dienst waarvoor twee directeuren zijn aangetrokken. In het gebruikelijke bedrijfsleven kan één directeur met gemak 100 medewerkers aansturen, maar bij ABP lukt dat kennelijk niet. De beide directeuren staan jaarlijks voor € 514.000 op de loonlijst, ieder verdient iets meer dan € 250.000 om dagelijks leiding te geven aan 43 medewerkers.
    Er is ook nog een bestuur van 16 leden. Die ontvangen jaarlijks bijna € 1,2 miljoen aan vergoedingen. De voorzitter, mevrouw Corinne Wortmann-Kool, kreeg vorig jaar een loonsverhoging van 30 procent. Voor deze parttime baan ontvangt zij van ABP jaarlijks € 130.000, dat is fors maar niet ongebruikelijk. Dat ligt anders bij de vergoedingen voor de overige leden van het bestuur. Oud PvdA-Kamerlid Jan van Zijl toucheerde in 2017 een loonsverhoging van 33 procent en ontvangt als bestuurslid voor de werkgeversbelangen, jawel werkgeversbelangen, jaarlijks € 100.000 vergoeding.
    Oh ja, voor het indexeren van de pensioenen was geen geld beschikbaar, meldt het jaarverslag 2017. De pensioenen zijn al vanaf 2011 bevroren terwijl het geld onderhand tegen de plinten klotst. Vanaf 2010 heeft het belegd vermogen, het premiegeld van de deelnemers, gemiddeld 8,9 procent rendement opgebracht maar er is geen geld om de pensioenen te indexeren. Dat valt niet meer uit te leggen.
    De meeste taken van ABP worden uitbesteed aan pensioenuitvoerder APG, die daarvoor jaarlijks 85 euro per ABP-klant in rekening brengt. De 2,9 miljoen deelnemers en gepensioneerden moeten jaarlijks dus bijna € 2,5 miljard opbrengen om hun (toekomstige) pensioenen uitgevoerd te krijgen. Ter vergelijk: een verzekeringsmaatschappij brengt jaarlijks bij de gepensioneerde 12 euro in rekening voor de maandelijkse pensioenuitkering (lijfrente). Het is bij ABP een broekzak-vestzak verhaal want ABP bezit 100 procent van de aandelen van APG.
    ‘Geadviseerd wordt het beleid voor meer intern beheer, meer directe investeringen en verlaging van de vergoedingen voor een aantal externe vermogensbeheerders te intensiveren mede om reputatie schade in de publiciteit te voorkomen’, zegt het bestuur berouwvol in het jaarverslag.
    Reputatieschade?
    Ooit gedacht, geacht bestuur, aan de belangen van de 2,9 miljoen klanten, die uw vorstelijk betaalde bijbaan betalen?
    Frans Nijhof

    1. Moeten wij ook met trekkers naar het malieveld of de deur van het provinciehuis vernielen voordat we eindelijk het pensioen krijgen waar we recht op hebben. Trouwens kan iemand mij vertellen hoe ik bestuurslid wordt bij het ABP. Voor die vergoeding lever ik dezelfde kwaliteit wat beter en eerlijker zelfs als wat er nu zit. Kom op gepensioneerden tijd voor actie wij zijn met meer mensen als er boeren zijn en wij kunnen hetzelfde.

  7. mijn ervaring is dat ABP maar doet vat hun goed dunkt , ben al jaren bezig op nabestaande pensioen te krijgen maar iedere keer weer word ik bos ingestuurd , naar aanleiding van het programma kassa ,weer gebeld ,allerlei smoezen heb ik al gehoord , tot ik 15 aug in de krant leest, dat zus geld krijgt van de ABP , uit 1996, wij die alles naar wederzijdse pensioen fondsen hebben gestuurd, ik achter het net vist, max ombudsman rade me aan aangetekende brief te schrijven , tevens heb ik nu de ombudsman pensioenen de copie, gestuurd van de stuken en de brief, en niet weer het bos in word gestuurd.ik ben benieuwd wie wat laat horen, wil door gaan tot op de letter,
    wat voor recht ik heb , ja het aanrecht zeker.

  8. hoe ken ABP geld uit keren aan zus DIE KUNNEN TOCH NOOIT TROUWEN, ABP doet wat hun uit komt , mensen die niet getrouwd zijn geen wederzijdse papieren hebben alleen kinderen en samen een huis , word toch met meerdere maten gemeten ,of dat nu is of jaren geleden .verklaar dat maar.