Dementie verdrievoudigd onder Turkse en Marokkaanse migrantenouderen: ‘Ik wist ook niet wat alzheimer was in het Turks’
Ooit gekomen om te werken, nu zelf zorg nodig
De geschiedenis van de migrantenouderen begint lang geleden. Na de Tweede Wereldoorlog groeit de Nederlandse economie snel. Fabrieken, mijnen en textielbedrijven hebben meer personeel nodig dan er in Nederland beschikbaar is. Daarom gaan Nederlandse bedrijven arbeidskrachten werven in het buitenland. Eerst worden vooral mensen uit landen als Italië en Spanje geworven. Vanaf 1964 volgt ook de werving van Turkse arbeiders en later komen veel mensen uit Marokko. Zij komen naar Nederland om te werken en geld te verdienen, vaak met het plan om uiteindelijk terug te keren naar hun geboorteland. Maar veel van hen bouwen hier een leven op. Met de gezinshereniging in 1974 komen ook hun partners en kinderen naar Nederland. Nu deze generatie ouder wordt, neemt ook de behoefte aan passende ouderenzorg toe, onder meer voor mensen met dementie.
Een groeiende groep ouderen met dementie: de komende 15 jaar opnieuw verdrievoudigd
Dat deze generatie in Nederland ouder wordt, is ook terug te zien in de cijfers over dementie onder deze groep. Volgens Alzheimer Nederland is het aantal mensen met dementie onder Turkse en Marokkaanse Nederlanders in de afgelopen 10 jaar verdrievoudigd. Die stijging hangt onder meer samen met het feit dat de eerste generatie arbeidsmigranten nu de leeftijd bereikt waarop dementie vaker voorkomt.
Ook spelen gezondheidsverschillen een rol. Zo heeft ongeveer 1 op de 3 Nederlanders met een Turkse, Marokkaanse of Surinaamse achtergrond diabetes, tegenover 1 op de 10 mensen uit overige groepen. Daarnaast heeft 1 op de 2 Turkse en Marokkaanse Nederlanders ernstig overgewicht, tegenover 1 op de 3 Nederlanders. Diabetes en ernstig overgewicht zijn risicofactoren die de kans op dementie kunnen vergroten. De verwachting is dat het aantal Turkse en Marokkaanse migrantenouderen met dementie de komende 15 jaar opnieuw verdrievoudigd.
Waarom dementie niet altijd wordt herkend
Niet alleen het groeiende aantal ouderen vraagt om aandacht. Ook het herkennen van dementie is niet vanzelfsprekend. Onderzoek van expertisecentrum Pharos laat zien dat dementie bij mensen met een migratieachtergrond relatief minder vaak wordt vastgesteld en dat de diagnose gemiddeld later in het ziekteproces wordt gesteld. Dat heeft verschillende oorzaken.
Sommige ouderen en hun families zijn minder bekend met dementie en zoeken daardoor niet altijd hulp bij geheugenproblemen. Veranderingen worden dan gezien als een normaal onderdeel van het ouder worden. Ook schaamte kan een rol spelen. Ouderen bezoeken wel de huisarts, maar bespreken daar vooral lichamelijke klachten.
Daarnaast worden symptomen niet altijd herkend door zorgverleners. Taalverschillen kunnen daarbij tot verwarring leiden. Geheugenproblemen, zoals niet op woorden kunnen komen, worden soms aangezien voor moeite met de Nederlandse taal. Ook zijn er onvoldoende diagnostische testen beschikbaar in verschillende talen en heeft niet iedere zorgverlener voldoende kennis over dementie bij ouderen met een migratieachtergrond.
‘Dat heeft papa niet, het is gewoon de ouderdom’
Wat een late diagnose voor een familie kan betekenen, vertelt Gul op dementie.nl: “De diagnose kwam als een grote klap. Ik wist niet hoe ik papa moest vertellen wat er aan de hand was. Ik wist ook niet wat ‘alzheimer’ was in het Turks. Mijn familie herkende zich niet in de teksten en wilde het niet geloven. Dat heeft papa niet, het is gewoon de ouderdom.”
Een tijdige diagnose kan volgens Alzheimer Nederland veel verschil maken. Het geeft niet alleen duidelijkheid aan de persoon zelf, maar helpt ook familieleden om de ziekte beter te begrijpen en hun naaste te ondersteunen. Bovendien maakt een diagnose het makkelijker om passende hulp en begeleiding te vinden en kan daarmee worden voorkomen dat de situatie uitloopt op een crisis.
Dementie raakt de hele familie
Wanneer iemand (de diagnose van)dementie krijgt, heeft dat gevolgen voor het hele gezin. In veel gevallen nemen de partner en kinderen de zorg op zich. Dat kan zwaar zijn, zeker wanneer familieleden weinig ondersteuning krijgen of moeite hebben om de ziekte te begrijpen. Ook de verwachtingen vanuit de omgeving kunnen meespelen. Güleç vertelt hierover op dementie.nl: “Dat niemand van de 6 kinderen onze ouders in huis wilde nemen, stuitte binnen onze Turkse gemeenschap op onbegrip. Maar als dat had gekund, hadden we dat natuurlijk gedaan.”
Ook het vinden van professionele hulp blijkt niet vanzelfsprekend. Volgens Alzheimer Nederland maakt slechts 1 op de 4 mantelzorgers met een migratieachtergrond gebruik van thuiszorg, wijkverpleging of casemanagement. Bij mantelzorgers in het algemeen is dat 1 op de 3. Daarnaast blijven ouderen met dementie en een migratieachtergrond langer thuis wonen. In een onderzoek van Alzheimer Nederland geven mantelzorgers met een migratieachtergrond 3 keer minder vaak aan dat hun naaste in een verpleeghuis woont dan mantelzorgers in het algemeen. Van de mensen met dementie en een migratieachtergrond woont 70 procent thuis en 30 procent in een verpleeghuis.
Meer vraag naar cultuurspecifieke zorg
Met de groeiende groep migrantenouderen en de toename van het aandeel met dementie groeit de behoefte aan zorg die rekening houdt met taal, gewoonten, eten, religie en familieverhoudingen. Mensen met dementie gaan namelijk terug naar herinneringen uit hun kindertijd. Voor ouderen met een migratieachtergrond spelen juist de taal en gebruiken uit hun land van herkomst dan een belangrijke rol. In de uitzending van Meldpunt Actueel (23 oktober) vertellen Anne de Boer, Seda Arslan en Zohra Moallemzadeh over het belang van cultuurspecifieke zorg voor ouderen met een migratieachtergrond.
Foto: MAX