RegisterenInloggen

Hoe staan de pensioenfondsen ervoor en wat gaat er gebeuren?

De coronacrisis heeft direct effect op het vermogen van de pensioenfondsen. Immers, de fondsen beleggen hun kapitaal, en de beurzen dalen. Wat betekent dat voor gepensioneerden en wat kunnen pensioenfondsen doen? 6 vragen over pensioen in coronatijd aan een econoom die duidelijk uitlegt.

Dekkingsgraden

Bij pensioenfondsen draait alles om de dekkingsgraad: de verhouding tussen het vermogen van het fonds en de financiële verplichtingen die het heeft. Als deze dekkingsgraad 100 procent is, dan kan het fonds in principe aan al zijn verplichtingen voldoen.

Dekkingsgraad verandert door beurs

Het vermogen wordt door de fondsen voor een groot deel belegd. Dat betekent dat het vermogen dus ook bepaald wordt door de beurskoersen. Aan het eind van het jaar wordt gekeken naar de actuele dekkingsgraad en de gemiddelde dekkingsgraad over twaalf maanden. Zijn deze zeer hoog, dan kunnen gepensioneerden mogelijk een extraatje verwachten.

Helaas is deze dekkingsgraad voor een aantal grote fondsen de laatste jaren juist laag. Een korting op de pensioenen dreigt in zo’n geval. En door de coronacrisis dalen de beurskoersen en dus dekkingsgraad nog meer. Wat dat betekent vragen we aan Marike Knoef. Zij is hoogleraar Empirische Micro-Economie aan de Universiteit Leiden.

De dekkingsgraden van veel pensioenfondsen staan momenteel laag. Als dit zo blijft, wat betekent dat dan voor gepensioneerden?

“Ik kan me voorstellen dat gepensioneerden zich zorgen maken. In de meest optimistische prognose zien we toch een neergang in de economie. Hoe langer de crisis duurt, hoe meer invloed het zal hebben op de pensioenen. Het is prettig dat de pensioenen niet direct gekort worden, maar het geeft wel onzekerheid. Pas eind van het derde kwartaal zal daar meer over gezegd kunnen worden. Als de dekkingsgraden blijven zoals nu, dan zullen er met de regels in het huidige pensioencontract kortingen zijn”.

De afgelopen jaren ging het op de beurzen erg goed. Hebben de pensioenfondsen dan geen buffer?

“Sommige fondsen kunnen zeker een klap opvangen”, zo stelt Knoef, “maar een aantal grote fondsen staan er niet goed voor. De dekkingsgraad staat nu zelfs 15 procent lager. Daarbij hebben fondsen de laatste jaren te maken gehad met een lage rente. Daardoor waren de dekkingsgraden al lager”.

Wat kunnen pensioenfondsen doen om de schade te beperken?

Knoef: “Een mogelijkheid is voor fondsen om nu aandelen bij te kopen. Deze zijn nu goedkoper. Als de aandelen dan weer stijgen, gaan de dekkingsgraden ook sneller omhoog. Aan de andere kant, brengt dat ook risico’s met zich mee. Niemand weet precies hoe de economie zich ontwikkelt”.

Durven pensioenfondsen risico te lopen?

Knoef: “Dat hangt heel sterk af van het fonds. Fondsen waar veel deelnemers zijn die inmiddels gepensioneerd zijn, de grijze fondsen, hebben nu meer geld nodig om gepensioneerden te kunnen betalen. Die fondsen zullen niet te veel risico lopen. Fondsen met meer jonge deelnemers, de groene fondsen, kunnen dat wel overwegen.”

Ook het soort pensioenfonds kan meespelen in de keuze om beleggingsrisico te nemen, stelt Knoef: “Bij bijvoorbeeld Zorg en Welzijn zijn de pensioenen over het algemeen kleiner dan bij een ABP. Een korting van een paar procent op een klein pensioen heeft minder effect, omdat het aandeel AOW relatief groot is. Aan de andere kant geven mensen met een klein pensioen een groter gedeelte van hun geld uit aan basisbehoeften en dan is het moeilijker om geld in te leveren. Het is aan een fonds om een afweging te maken of het risico wil en kan lopen”.

Kunnen pensioenfondsen kortingen uitstellen?

Knoef: “Pensioenfondsen kunnen er wel voor kiezen om de pijn uit te smeren over tijd. De kortingen worden dan verdeeld over een aantal jaar. Dan is voor gepensioneerden geen sprake van een grote schok, maar van meerdere lichte verlagingen. Daardoor betalen fondsen op korte termijn meer uit, dus het duurt dan wel langer voordat het pensioenfonds weer boven Jan is”.

Als de economie niet aantrekt en de dekkingsgraden blijven laag, is er dan nog een kans dat niet gekort hoeft te worden?

Ieder pensioenfonds heeft een zogenaamde kritische ondergrens van de dekkingsgraad. Vorig jaar besloot Minister Koolmees dat de meeste fondsen niet hoefden te korten. Hij verlaagde de kritische ondergrens naar 90 procent waardoor de meeste fondsen voldeden aan de voorwaarden. Als de dekkingsgraden het hele jaar laag blijven, zal weer gekeken worden of fondsen boven hun kritische ondergrens zijn gebleven. Bij het ABP gaan ze op dit moment uit van een kritische ondergrens van 90 procent. Bij Zorg en Welzijn is dit, na een aantal magere jaren, zelfs 104,3 procent. Wat de kritische grens precies gaat worden, wordt in de loop van het jaar duidelijk. Het lot om te korten ligt mogelijk weer in handen van de minister. Knoef: “Koolmees kan nog besluiten om deze coronacrisis aan te merken als een exceptionele economische situatie waarbij niet gekort hoeft te worden”.

Geef een reactie

Reacties (10)

  1. 12 MEI WAT DE AUTEURS BAS WERKER, THEO KOCKEN EN ANDEREN VERKEERD ZIEN.
    Geplaatst op 10:32h in Artikelen door rob de brouwer 8 Reactie’s
    Op 13 oktober 2019 schreef een veertigtal prominente deskundigen en betrokkenen op pensioengebied een open brief aan de Tweede Kamer met als strekking dat de rekensystematiek van het pensioenstelsel ten onrechte de indruk vestigt dat pensioenfondsen over te weinig middelen beschikken om pensioenen waardevast uit te keren en dat door toepassing van deze rekensystematiek zelfs moet worden gekort op de aanspraken en uitkeringen. Deze prominenten (waaronder ikzelf) pleitten voor aanpassing van deze rekensystematiek waardoor meer aansluiting wordt gevonden bij de werkelijkheid, zoals dat ook expliciet mogelijk wordt gemaakt door de Europese Pensioenrichtlijn (IORP II).

    De tegenstanders van zo’n aanpassing van de rekensystematiek zaten niet stil. Het gaat om een aantal hoogleraren die veelal door hun betrokkenheid bij de pensioendiscussie via instituten als Netspar fanatieke verdedigers zijn van het huidige model waarin de risicovrije rente bepalend is voor berekening van de balanswaarde van de pensioenverplichtingen van een pensioenfonds. Zij hadden slechts een paar dagen nodig om in een artikel in het Financieel Dagblad hun gal te spuwen over de gewraakte brief. Deze verdedigers van de huidige systematiek maken echter vreselijke fouten in hun gedachtegang.

    Al in de eerste zin gaan ze de fout in: “In ons pensioenstelsel wordt collectief gespaard geld verdeeld tussen jongere en oudere generaties via een zogenaamde rekenrente.” Alles wat volgt is eigenlijk op deze zin gebaseerd. Maar het collectief gespaarde geld wordt helemaal niet verdeeld. Het is collectief en onverdeeld. Dat er partijen zijn die het geld graag verdeeld willen zien tussen cohorten van generaties doet niet ter zake. In ons huidige stelsel is het gespaarde geld een collectief fonds. Het wordt ook niet verdeeld. Die verdeling staat nergens in de Pensioenwet en ook niet in de Richtlijn IORP II.

    Het pensioenvermogen wordt gespaard vanuit een ambitie, die gebaseerd is op een ingelegde premie die berekend wordt aan de hand van een prudent verwacht rendement, niet op basis van een risicovrije rente. Als het gemiddelde rendement over langere termijn tenminste gelijk is aan het verwachte rendement waarmee de premie werd berekend dan is de nominale uitkering zoals vastgelegd in de ambitie veilig. Bij een hoger rendement dan verwacht kunnen de aanspraken en de uitkeringen worden aangepast aan de prijsontwikkeling. In dat geval spreken we van een waardevast pensioen. Er zijn dus twee voorwaarden. De eerste heeft betrekking op het nominale pensioen zoals in de ambitie tot uitdrukking komt en betreft de noodzaak om gemiddeld over de termijn waarin het pensioen wordt opgebouwd en uitgekeerd een rendement te realiseren dat tenminste gelijk is aan het verwachte rendement waarmee de premie is berekend. De tweede voorwaarde betreft het waardevaste pensioen; dat is alleen mogelijk als er een overrendement wordt gerealiseerd.

    In de huidige systematiek is de dekkingsgraad bepalend voor indexatie of korting. Is de dekkingsgraad onvoldoende dan wordt gekort. Zolang jongeren premie betalen met dezelfde ingebouwde rekenrente namelijk het verwachte rendement en zolang het werkelijke rendement gemiddeld over een langere periode daarboven uit stijgt kan er geen sprake van zijn van benadeling van jongeren. Omgekeerd is het waar dat ouderen ernstig worden benadeeld door toepassing van de risicovrije rente bij berekening van de dekkingsgraad. Zij hebben immers premie betaald op basis van verwacht rendement en dat verwachte rendement is ook gerealiseerd maar zij mogen niet profiteren van die gerealiseerde rendementen.

    De suggestie als zou het rendement eerst moeten worden gerealiseerd alvorens tot uitkering over te gaan en dat de risicovrije rente dan de ondergrens van dat gerealiseerde rendement zou moeten is gebaseerd op theorieën rond het verschijnsel opties. De Pensioenwet formuleert in art 126 2a een belangrijke voorwaarde: de technische voorzieningen worden berekend op basis van marktwaardering. Met de technische voorzieningen wordt gedoeld op de waarde waarvoor de verplichtingen van een pensioenfonds ten opzichte van deelnemers, voormalige deelnemers en gepensioneerden op de balans moeten worden opgenomen. Het gaat dus om de balanswaardering van toekomstige uitkeringen die zich uitstrekken over een periode van meer dan 60 jaar. De Pensioenwet eist daarvoor een marktwaardering. Maar er is geen markt voor pensioenverplichtingen zoals er wel een markt is voor aandelen en obligaties. Er worden noch op individuele basis noch collectief pensioenverplichtingen gevraagd of aangeboden en er is dus geen prijsvorming zoals dat bij een marktwaardering wel noodzakelijk is. Men heeft daarom aansluiting gezocht bij de optietheorie omdat men van mening is dat een pensioenverplichting gezien kan worden als een optie. In de vorige eeuw hebben ondermeer de Amerikaanse economen Scholes, Black en Merton hierover gepubliceerd en zij komen tot de conclusie dat de prijs van een optie moet worden bepaald op basis van de risicovrije rente. Daarop is het Nederlandse pensioenstelsel ook gebaseerd, overigens als enig pensioenstelsel ter wereld.

    De hoogleraren die zich verzetten tegen aanpassing van de rekensystematiek zoals voorgesteld door de “ruim veertig prominenten” beweren dat het indexeren van pensioenaanspraken en -uitkeringen terwijl de dekkingsgraad op basis van de risicovrije rente daarvoor onvoldoende is geld wegtrekt uit het pensioenvermogen waardoor jongeren in de toekomst gekort moeten worden op de pensioenen. Er wordt volgens deze hoogleraren geld uitgedeeld dat nog niet is verdiend. Volgens hen is de risicovrije rente van nu, ook al is die door Centrale Banken gemanipuleerd en bevindt die zich op een niveau van bijna nul, de enige indicatie die we hebben voor het rendement dat in de komende tientallen jaren wordt gemaakt. En als bij die risicovrije rente van nul de dekkingsgraad lager is dan 100 en er wordt niet gekort, dan wordt er geld uitgedeeld dat nog niet is verdiend. Dat gaat dan ten koste van de jongeren.

    Deze theorie is erg moeilijk uit te leggen aan gepensioneerden, die een premie hebben betaald die berekend is op basis van een verwacht rendement en waarvan dat verwachte rendement gemiddeld over de jaren ruimschoots is overschreden. Neem het gerealiseerde rendement van 2019: ongeveer 15%. Me dunkt dat hiermee het risicovrije rendement ruim wordt overschreden. Maar het komt niet tot uitkering omdat de risicovrije rente inmiddels verder is gedaald. Niet alleen is realisatie van het overrendement boven de risicovrije rente daarmee betekenisloos geworden, maar bovendien wordt door jongeren aanhoudend te weinig premie betaald, als de risicovrije rente het uitgangspunt zou moeten zijn.

    En wat zou er gebeuren als de risicovrije rente plotseling zou stijgen tot zeg 3%? Dan blijkt ineens dat de overrendementen weliswaar kleiner zijn geworden maar nu plotseling wel ruimte bieden voor indexatie. Hoe komt dat? De geleerde dames en heren vertellen ons in het gewraakte stuk, en ik citeer: “Het vermogen van de pensioenfondsen moet bij voorkeur sneller groeien dan de kosten van de aan iedereen beloofde pensioenen. Deze pensioenverplichtingen nemen namelijk niet alleen toe als de rente lager wordt, maar ook als we langer leven.” Totale onzin natuurlijk. Pensioenverplichtingen nemen niet toe als de rente lager wordt. Pensioenverplichtingen worden niet beïnvloed door de stand van de risicovrije rente. Ja, de balanswaarde van pensioenverplichtingen neemt toe, als we een dalende rente gebruiken als discontovoet. Deze bewering is dus een prachtig voorbeeld van een fout tegen de logica, vergelijkbaar met een tautologie in de taal. Hier staat gewoon dat bij een lagere rente de contante waarde van eenzelfde getal in de toekomst daalt. Dat is de definitie van de berekening van een contante waarde. Maar het getal waarmee gerekend wordt, de pensioenverplichtingen, blijven hetzelfde. Het zegt met andere woorden helemaal niets! En inderdaad nemen de pensioenverplichtingen toe als we langer leven maar diezelfde verplichtingen nemen af als we de pensioenleeftijd verhogen. En dat doen we ook braaf!

    Het is bijzonder ergerlijk dat hooggeleerde heren en dames zich lenen voor de namaakwetenschap die zich op deze wijze meester heeft gemaakt van ons mooie pensioenstelsel. Iedereen die zich hiertegen keert wordt afgeserveerd als domkop die het niet begrijpt. En in tegenstelling tot de ondertekenaars van de brief aan de Tweede Kamer zijn de auteurs van dit stuk expliciet uit op het creëren van een generatieconflict. Ze vissen dus ook nog in troebel water.

    De kern is dat de risicovrije rente in het huidige stelsel nooit zichtbaar maakt dat de verdiensten van het nemen van risico ook zijn bewaarheid. De risicovrije rente verbergt die verdiensten juist in een steeds verder dalende spiraal. Neem het ABP als voorbeeld. Tot 2007 was het verwachte rendement waarmee de premie werd berekend 4%. Daarna daalde het verwachte rendement, met name doordat in 2015 bij het nieuwe FTK een correctie op het verwachte rendement werd toegepast van 2%, waarmee de inflatie werd ingebouwd. Op dit moment is het in de premie ingebouwde verwachte rendement 2,8%. Het werkelijk gehaald rendement is vanaf 1992 7,4% per jaar. Hoezo is er geen beloning gerealiseerd voor het genomen risico?

    Nog een citaat uit het artikel van de hooggeleerden: “De gezamenlijke pensioenpot is na indexeren (of niet-korten) iets leger dan dat deze zou zijn bij de eerdere regel met lagere rekenrente. Dit gaat zo jaren door. Tegen de tijd dat de jongeren aan de beurt zijn is de dekkingsgraad door het snellere uitbetalen van geld aan eerdere generaties gepensioneerden, aanzienlijk lager.” Wat een onzin! Alsof de opgebouwde rechten van de jongeren niet ook mee zouden profiteren van de indexatie! Jongeren krijgen precies hetzelfde als gepensioneerden. Hun pensioenaanspraken worden ook verhoogd. En als dat zou leiden tot een toename van de pensioenverplichtingen die zich niet verdraagt met de waarde van de belegde middelen van een pensioenfonds dan komt dat tot uitdrukking in de dekkingsgraad. En dan wordt er gekort, op de aanspraken van jongeren zowel als op de uitkeringen van gepensioneerden. Want ook bij toepassing van het verwachte rendement als discontovoet voor het berekenen van de balanswaarde van de verplichtingen geldt dat dat verwachte rendement de ondergrens is van wat als werkelijk rendement moet worden gerealiseerd. Het eigendom van deelnemers, voormalige deelnemers en gepensioneerden is immers een voorwaardelijk vermogensrecht. Dat recht kan alleen ten volle worden uitgeoefend als aan de voorwaarden is voldaan. En als het verwachte rendement de voorwaarde is dan moet die worden nagekomen. Als dat niet lukt over een langere periode moeten alle rechten en uitkering worden gekort. Een pensioenfonds kan immers niet failliet, dit in tegenstelling tot de aanbieders van opties.

    Rob de Brouwer

    12 mei 2020.

  2. Geachte:.
    In het kort.
    De overheid heeft miljarden (overschot) vrijgemaakt om bedrijven overeind te houden.
    Deze zelfde overheid heeft in het verleden geld weggehaald (gegraaid!) uit de pensioenfondsen, ABP bijvoorbeeld.
    Waar blijft de overheid nu?, zijn wij gepensioneerde wederom de groep die het nakijken heeft.
    Het #covid19 heeft veel leef maatregelen ingebracht, het ergste is dat binnen die maatregelen ook wordt gekeken naar een 60- maatschappij dan wel een 60- generatie! Ouderen worden bestempeld als “oudhout” “kwetsbaar en lastig”! Mij, ik weet niet welke ouderen nog meer, heeft dit enorm gekwetst, ik voel mij ernstig gediscrimineerd.
    Ben benieuwd of u dit wilt publiceren en of ik een reactie tegemoet mag zien.
    In afwachting en met vriendelijke groet.

    H.B.Wikke

    1. Onze overheid is al jaren geleden begonnen met een verdeling te maken tussen werkenden en niet-werkenden. Deze eerste groep werd keer op keer financieel bevoordeeld boven de niet-werkenden.
      En zie… waar dit toe leidt…
      de meest kwetsbaren zijn gescheiden van hun geliefden en zijn gestorven, eenzaam en als ratten in de val.
      Zo kan iedereen de IC-opnamen wel laag houden.
      Zelfs de mensen, die de ouderen en andere hulpbehoevenden moesten verzorgen mochten ook doodvallen zonder bescherming.
      Nu is dat misschien niet met opzet gedaan, maar geen erg hebben in een hele bevolkingsgroep spreekt al voor zich.
      Laat de werkenden voor hun eigen pensioen zorgen.
      Met ons is destijds een waardevast pensioen afgesproken en dat is contractueel met vele duizenden werkenden vastgelegd.
      Ik ben heel verdrietig over de gang van zaken en walg van de geldwolven, die zich verrijken ten koste van anderen. (en reken erop, dat velen zitten te kwijlen om onze opgespaarde pensioenen in handen te krijgen, onze eigen overheid niet in de laatste plaats.)
      Nederland is niet meer hetzelfde.

  3. Borus John, een goed stuk. Gebaseerd op feiten. Niet op aanname`s zoals de laatste jaren al vele economen doen. En daar intussen zelf in geloven. Bizar.
    Als de overheid Klaas Knot de rekenrente op 3,9 % zet kan iedereen geïndexeerd worden.
    En het kost de overheid niets. nada. 0.00 ct.
    Berekening van 4 actuarissen onafhankelijk van elkaar. Waaronder Prof. DR. Rob de Bouwer. Een bevestiging voor de kerngroep pensioen. van de FNV. Ze hadden het goed.!!!
    N.b. een niet gekozen ambtenaar gaat bepalen hoeveel pensioen milliöenen mensen mogen ontvangen van hun achtergesteld salaris.
    Nu zult u zeggen , dat doet hij in opdracht van de overheid. Ik heb grote twijfel in deze.
    Als ik D66 Wouter koolmees nu zie opereren met het Corona virus is het een heel andere man dan tijdens de pensioen onderhandeling. Zijn ogen stonden toen scheef van de spanning. Dat Rutte als min. president zijn oren laat hangen naar “adviseurs” geeft hij openlijk toe. Dat de overheid met twee petten op zit en dienaangaande de pensioen inleg van de ambtenaar met 1% heeft gekort, is in mijn ogen “smerig”. De uitvoerend staatsecretaris Klijnsma is beloond met een baan als commissaris in Drenthe. Als je haar er op aanspreekt , is zij niet verantwoordelijk. We hebben het zo afgesproken.
    Nu er te veel kennis van de materie bij de burger komt en de trage rechtbanken straks uitspraken gaat doen, kan min, Wouter Koolmees in enkele weken het beste pensioen stelsel van de wereld na meer dan 10 jaar debatteren oplossen. Openbreken bedoeld hij.
    Korte persoonlijke uitleg. Mijn vrouw en ik 1941 zijn al veertien jaar gekort. Dat begint al met 1/3 als je partner ook pensioen heeft. Bij ABP visa versa.
    Dat mijn huidig potje nog voor 70 jaar het huidige bedrag kan uitkeren is een gegeven.!!!
    Dat er iets goed mis is met de uitkering van de pensioenen is een feit.
    Dat van Acht en Wiegel in de tachtiger jaren ook de te veel betaalde AOW premie van ambtenaren niet terug betaalden is feit. Dat Lubbers meerdere malen leende en niet afdroeg als werkgever aan het ABP is feit. Wim en Wim zeiden het al. We hebben een zeer betrouwbare overheid. Vr. Groet, Henk. P.s. Let op uw stemgedrag. s.v.p.

  4. Waarom gepensioneerden korten. Wij hebben hier niet om gevraagd net als al de anderen. De laatste 10 jaar zijn wij al gekort vanwege het niet indexeren van de pensioenen.wel moeten we straks net als iedereen de verhogingen aan belastingen mee betalen. Nu denken velen nog dat de now regeling en alle andere regelingen de oplossing is echter dit is gewoon een sigaar uit eigen doos. In plaats dat er zuinig mee wordt omgesprongen proberen velen hier een graantje van mee te pikken. Iedereen is zielig en vooral de jongeren. Sorry maar hebben hun al voor pensioen gewerkt nee maar wij wel jaren lang, recht van spreken en gillen kun en eng je pas als je prestaties uit het verleden er naar zijn. Laat de regering eerst maar eens de gouden greep uit het verleden wat in de pensioenen is gedaan terug storten. Waarschijnlijk is er dan genoeg dekkingsgraad voor de komende jaren. Uiteindelijk zal het er op neer komen dat de ouderen van hun zuurverdiende pensioen het meest verhoudingsgewijs zullen moeten inleveren. Eerlijk? Nee beslis niet het is genoeg. Het wordt tijd dat wij ouderen een vuist maken als het nodig is en onze meningsverschillen opzij zetten en gaan vechten voor rechtvaardigheid krijgen voor het met pensioen zijn en oud zijn.

    1. Goed gesproken !!!!!!

  5. De Pensioenen staan er al vanaf de jaren ’50 goed voor !! een ieder die een beetje de zaken nakijkt én bij houd weet Dat !
    Een en ander is o.a door de Politiek in 2007 verandert van een vaste rekenrente systematiek naar een rekenrente welke afhankelijk is gemaakt aan de schommelingen door de financiële markten incl. de rente politiek door de EBC !! Wij Werknemers én Gepensioneerden zijn daardoor al jaren te dupe !! Met z,n alle kunnen wij dit Onrecht veranderen in een Fatsoenlijke én Eerlijk systeem !!
    Echter met een eerlijk fatsoenlijk dialoog en afspraken schijnt met dit huidige neoliberale kabinet geen zaken mee te doen , Dus moeten we massaal in ACTIE komen !! anders kunnen wij de gewone burgers het schudden !!

  6. ROTTERDAM – De Nederlandse Staat moet via de rechter worden gedwongen om alsnog het pensioengat te dichten dat door de kabinetten-Lubbers is ontstaan. Een groep pensioengerechtigden heeft daarvoor de vereniging Pensioenverlies opgericht. Met eenmalig lidmaatschapsgeld willen ze de onderzoek- en proceskosten betalen.

    Onder premier Ruud Lubbers verlaagde de overheid als onderdeel van omvangrijke bezuinigingen zijn bijdrage aan de ambtenarenpensioenen, van de destijds vereiste 21 procent tot onder de 10 procent. Daardoor ontstond een betalingsachterstand door het Rijk van bijna 33 miljard gulden. Ambtenaren en leraren hadden daar destijds niets over te zeggen omdat het ambtenaren- en onderwijspensioenfonds ABP een Rijksdienst was.

    Omgerekend naar euro’s en met ruim 25 jaar aan rendement zouden de achterstallige betalingen neerkomen op ongeveer 80 miljard euro, weet directeur Rob de Brouwer van de vereniging Pensioenverlies. “Daarmee zou de dekkingsgraad van het ABP weer ruimschoots boven de 100 procent komen.”

    –> Wordt lid van Pensioenverlies

    1. KOOLMEES EN ELZINGA HEBBEN NOG WAT JURIDISCHE HOBBELS TE NEMEN!
      PensioenPro 25 mei 20.20.
      Robin van der Ham in PensioenPro betwijfelt of kortingen nu en bij invaren op grond van Europese wetgeving houdbaar is.
      “Het is maar zeer de vraag of het vereiste rechtvaardig evenwicht aanwezig is bij kortingen in het huidige Nederlandse pensioenstelsel met risicovrije rekensystematiek of bij de transitie naar een nieuw stelsel met invaren…………………………
      Het is daarom vanuit juridisch oogpunt bepaald niet raadzaam om eerdere dringende verzoeken tot versoepeling van de rekenregels van de grootste bedrijfstakpensioenfondsen terzijde te leggen. Juist uitwerking en afweging van de minder ingrijpende alternatieven bieden inzicht in de noodzaak van de transitie naar een nieuw stelsel met invaren en dus in de juridische haalbaarheid daarvan.” Zegt hij.
      Van dit verhaal word ik weer iets optimistischer over het sneuvelen van het pensioenakkoord en invoering van een vaste hogere rekenrente. Dat komt dichterbij de werkelijkheid én bij de Europese regelgeving.
      Hierna de tekst van het hele artikel van vandaag.
      Korten met deze rekenrente lijkt Europees gezien niet evenwichtig
      FD
      Opinie van Robin van der Ham.
      Het vasthouden aan de risicovrije rente verkleint de kans fors dat kortingen de Europees-rechterlijke toets doorstaan, schrijft Robin van der Ham. Hetzelfde geldt voor rechten invaren in een nieuw stelsel, stelt de pensioenadvocaat.
      De advocaat-generaal van het Europees Hof van Justitie trok recent de conclusie dat korten van pensioenen het Europees beschermde eigendomsrecht van het individu aantast.
      Dat was niet opzienbarend. Interessant is dat de advocaat-generaal eisen stelt aan de rechtvaardiging voor aantasting, ook in het kader van hervorming van het pensioenstelsel zonder instemming van betrokkenen. De beoordelingsmarge van lidstaten is begrensd. De aantasting moet in verhouding staan tot het beoogde doel en mag niet onevenredig zwaar zijn. Vereist is dus een rechtvaardig evenwicht (‘fair balance’), met bescherming van het individuele recht op eigendom.
      Het is maar zeer de vraag of het vereiste rechtvaardig evenwicht aanwezig is bij kortingen in het huidige Nederlandse pensioenstelsel met risicovrije rekensystematiek of bij de transitie naar een nieuw stelsel met invaren.
      Bij de zogeheten evenredigheidstoets kan (het vasthouden aan) de risicovrije rekensystematiek, terwijl versoepeling volgens Europese normen wél is toegestaan, niet onbesproken blijven. Korting en de transitie naar een nieuw stelsel houden, voor een belangrijk deel, daarmee verband.
      Invaren
      Kortingen dienen in het huidige stelsel tot herstel van de extreem lage dekkingsgraad. Invaren van reeds verworven rechten in een nieuw stelsel moet verlossing bieden van de zeer strikte rekenregels. Dat is geen doel op zich. Er wordt mee beoogd kortingen te voorkomen en indexatieruimte te creëren. Het offer van die transitie is dat beleggingsrisico’s volledig voor rekening komen van het individu. Dat wijzigt de aard van de aanspraken ingrijpend. Dat is te kwalificeren als een aantasting, zeker als daaruit verlagingen voortvloeien. Los daarvan zal deze regulering op zichzelf ook gerechtvaardigd moeten zijn en daarvoor gelden dezelfde eisen.
      Er zijn minder ingrijpende oplossingen denkbaar. Artikel 13 lid 4 van de IORP2-richtlijn staat versoepeling van de rekenrente toe. Er mag rekening gehouden worden met verwachte beleggingsopbrengsten van de activa. Daarnaast mag een marktrente worden gekozen die hoger is dan de risicovrije swaprente. Een voorbeeld is de AA-bedrijfsobligatierente, die gebruikt wordt bij de waardering van pensioenafspraken volgens IFRS op de balans van beursgenoteerde bedrijven. Bovendien zijn combinaties toegestaan. Versoepeling van de rekenrente tot bijvoorbeeld een vast niveau van 1,3% is mogelijk en leidt onmiskenbaar tot verbetering van de huidige dekkingsgraden. Voorbij gaan aan die minder ingrijpende oplossing raakt de kern van de rechtmatigheidstoets. Vereist is dat niet meer offers dan noodzakelijk worden gevraagd.
      Voorspelling
      Zonder versoepeling zijn kortingen eigenlijk directe verliezen op basis van de voorspelling dat geen toekomstige beleggingsrendementen te verwachten zijn. Er moet immers gerekend worden met de risicovrije rekenrente. De vraag is niet alleen of dat noodzakelijk is, maar ook of die beperking daadwerkelijk beantwoordt aan het beoogde algemeen belang van waarborging van de pensioenen. Dat de hoogte van pensioenen afhangt van toekomstige beleggingen is gemakkelijker te rechtvaardigen dan dat vooraf verlies moeten worden genomen. Dit geldt zeker ook omdat in het huidige stelsel geen absolute pensioengaranties zijn verstrekt. Bovendien is het gemiddelde beleggingsresultaat van de fondsen altijd hoger geweest dan die risicovrije rekenrente. Volgens vele economen is versoepeling naar de stand van de huidige economische wetenschap te onderbouwen en rechtvaardigen.
      Daarbij komt dat de verschuiving van beleggingsrisico’s naar het individu bij invaren niet bepaald gering is. Een lichte rechtvaardigingstoets betreffende het invaren valt dan ook beslist niet te verwachten. Het is zeer de vraag of aanvullende compensatie of verbetering van pensioenperspectief genoeg is om te voldoen aan het vereiste van rechtvaardig evenwicht. Indien het pensioenperspectief bij versoepeling van de rekenrente binnen het huidige stelsel niet noemenswaardig verschilt van dat van het nieuwe stelsel, lijkt dit een onmogelijke opgave.
      Dringende verzoeken
      Het is daarom vanuit juridisch oogpunt bepaald niet raadzaam om eerdere dringende verzoeken tot versoepeling van de rekenregels van de grootste bedrijfstakpensioenfondsen terzijde te leggen. Juist uitwerking en afweging van de minder ingrijpende alternatieven bieden inzicht in de noodzaak van de transitie naar een nieuw stelsel met invaren en dus in de juridische haalbaarheid daarvan.
      Uit de in nationaal verband reeds gevoerde rechtszaken valt geen inhoudelijk oordeel af te leiden over dit onderwerp. Die zaken kenmerkten zich door een principieel andere processtrategie. Bovendien was in die geschillen het extreme effect van de huidige rekenrente nog niet aan de orde. Naar mijn weten is de risicovrije rekenrente nimmer ter discussie gesteld in zulke rechtszaken. Illustratief is het recente arrest van het gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2019:1124) van 16 april 2019 waarin door een onvoldoende gemotiveerde stellingname de strijdigheid met het eigendomsrecht amper is beoordeeld. In andere rechtszaken stond de rechtsvraag of prudent was belegd centraal.
      Robin van der Ham is advocaat pensioenrecht bij Loyens & Loeff.

  7. Het zal toch niet zo zijn dat jongeren, alleen maar lasten van deze recessie gaan dragen. Niet alleen dat in het nieuwe pensioenstelsel er geen zekerheid is met welke uitkering de jongeren van nu strakjes rond moeten komen.
    Maar dan ook nog eens het geld wat straks nodig is voor de jongeren in de toekomst, nu gaan gebruiken voor de gepensioneerde van nu om te zorgen dat zij wel hun hoge uitkering kunnen krijgen, en zelfs gecompenseerd worden voor inflatie.

    Terwijl de werkende jongeren al jaren met een bevroren inkomen zitten, opgescheept met flexcontracten en geen garantie op een structureel inkomen. En dat wordt dan doorgezet in het nieuwe pensioen.

    Nee, het is tijd dat de deze nieuwe financiele crisis NU afgehandeld worden en niet doorgeschoven naar de toekomst. En het is niet meer dan billik om iedereen een deel van de kosten te laten dragen, en niet vooral de jeugd.