RegisterenInloggen

Nabestaandenpensioen: Hoe weet fonds of deelnemer in buitenland nog leeft?

De ex-partner van Marianca verhuist naar het buitenland. Als hij overlijdt krijgt zijn pensioenfonds daar geen bericht van. Dus loopt Marianca nabestaandenpensioen mis. Hoe blijven pensioenfondsen op de hoogte van de status van hun deelnemers in het buitenland, en wat kunt u doen als dit mis gaat?

Overlijdensbericht is er niet

De ex-partner van Marianca van de Goor verhuist na de scheiding naar de Filipijnen. Jarenlang hebben de twee geen contact. Een aantal maanden terug hoort zij via-via dat hij niet meer leeft. Daarmee zou mevrouw Van de Goor recht hebben op bijzonder nabestaandenpensioen. Zou, want wanneer zij zich meldt bij het pensioenfonds Vervoer krijgt zij nul op het rekest. Het fonds heeft nooit officieel bericht gehad van het overlijden en dus moet mevrouw zelf maar aantonen dat meneer niet meer leeft.

Bewijs vinden

Al haar verwoede pogingen daartoe mislukken en dus neemt zij contact op met het spreekuur. Na bemoeienis van MAX Ombudsman Rogier de Haan gaat het fonds toch overstag. Er blijkt een melding uit het woonland te zijn binnengekomen. Hieruit bijkt de pensioenuitkering van meneer al wel te zijn gestopt. Daarnaast staan er diverse condoleanceberichten op social media. Al met al genoeg aanleiding het geld – met terugwerkende kracht -alsnog aan mevrouw uit te keren.

Contact fondsen met geëmigreerde pensionado’s

Fijn voor mevrouw Van de Goor, maar hoe weten pensioenfondsen eigenlijk waar hun gepensioneerden in het buitenland zich bevinden? En hoe kan het dat overlijdens niet altijd bekend zijn? Wij zochten het uit.

Hoeveel gepensioneerden wonen momenteel in het buitenland?

De meeste gepensioneerden ontvangen ook AOW. Wat we weten is dat in september het SVB-bestand in totaal 3.499.062 AOW-gerechtigden kent. Van wie 3.164.040 wonend in Nederland en 335.022 wonend in het buitenland.

Hoe weten pensioenfondsen wat de status is van hun deelnemers in het buitenland?

Het grootste deel van de gepensioneerden in het buitenland is ingeschreven in de zogeheten RNI, de Registratie Niet-ingezetenen. Toegang hiertoe hebben bijvoorbeeld het UWV, de SVB en de belastingdienst. Zodra er iets verandert, zetten zij dat in het systeem. Pensioenfondsen kunnen hier vervolgens in kijken en informatie uit halen.

Formulier levensbewijs
Om te checken of iemand nog in leven is, stuurt de SVB bijvoorbeeld elk jaar het formulier ‘Levensbewijs’ op aan alle AOW-gerechtigden in het buitenland. Op dit formulier kunnen klanten aangeven of zij nog in leven zijn. Het volledig ingevulde formulier moet ondertekend worden door de AOW-gerechtigde. Ook moet het formulier ondertekend worden door een bevoegde plaatselijke autoriteit/instantie. Vanwege het coronavirus is het versturen van dit formulier in maart overigens tijdelijk stopgezet. Vanaf oktober wordt dit hervat. Door de opschorting is het risico groter dat AOW-uitkeringen langer dan normaal na overlijden worden uitbetaald.

Attestatie de Vita
Pensioenfondsen maken normaal gesproken dus gebruik van deze informatie via de RNI en doen voor gepensioneerden die niet in deze database staan nog een eigen check met een ‘Attestatie de Vita’. Een bewijs van leven dat ook eenmaal per jaar ingevuld moet worden door de gepensioneerde. Geen bericht zorgt er uiteindelijk voor dat – al dan niet tijdelijk –de pensioenuitkering wordt stopgezet.

Zo weten fondsen dus of iemand nog leeft, maar hoe weten zij wanneer iemand iemand overleden is?

‘Het verwerken van overlijdensberichten vanuit het buitenland is lastiger dan binnen Nederland’, zegt een woordvoerder van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens. ‘Als de gepensioneerde in het buitenland dus een actieve relatie heeft met de Nederlandse overheid, bijvoorbeeld vanwege een AOW-uitkering, dan komt zo’n overlijdensbericht gewoonlijk bij de SVB binnen. Die stuurt de overlijdensgegevens dan naar de RNI. In de RNI worden dit soort gegevens geregistreerd op basis van officiële brondocumenten (de overlijdensakte of een gelijkwaardige overheidsverklaring).’ Als er (nog) geen actieve relatie is met Nederland, is er geen zekerheid dat het overlijdensbericht Nederland automatisch bereikt. Als in het land van overlijden bijvoorbeeld niet bekend is dat de overledene in Nederland gewoond heeft, dan is daar ook geen aanleiding om het overlijdensbericht naar Nederland te sturen. Nabestaanden moeten fondsen dan informeren en de akte van overlijden opsturen. Maar dat gebeurt niet altijd.

Zo kan het dus voorkomen dat een ex geen bijzonder nabestaandenpensioen krijgt terwijl die daar wel recht op heeft?

Inderdaad, mevrouw van de Goor, heeft in die zin geluk gehad. Het pensioenfonds van meneer heeft weliswaar tot vandaag de dag geen officieel overlijdensbericht maar keert het geld toch aan haar uit. Andere fondsen zijn hier strenger in. Zo stellen fondsen PME en PMT als vereiste dat er een officieel bewijs van overlijden is, via de RNI of aan de hand van een overlijdensakte. Anders wordt er geen bijzonder partnerpensioen uitgekeerd. Ook bij pensioenfonds Zorg & Welzijn en BPF Bouw bijvoorbeeld geldt dit. Dit om fraude te voorkomen volgens een woordvoerder.

Geef een reactie

Reactie

  1. Deze situatie waarbij de achterblijver recht heeft op nabestaanden pensioen zou door de te regelen verantwoordelijkheid van de pensioenverstrekker moeten zijn. Bij in buitenland (niet EU land) verkerende ex-echtgenoot zou de verzekeraar moeten vereisen dat de betrokkene buitenland verblijvende zorgdraagt voor voor een “atteste in vita” iedere 3 maanden en bij uitblijven gedurende meer dan drie maanden na eerste vervaldatum (dus na meer dan 6 maanden) stopt uitkering automatisch definitief (wordt geacht te zijn overleden) en verkrijgt overblijvende partner nabestaanden pensioen vanaf datum 3 maanden na laatst ontvangen atteste in vita.